ECLI:NL:RBOBR:2025:2447
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning met vergelijkingsmethode
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning uit 1977, gelegen aan een adres in een gegoede buurt. De heffingsambtenaar heeft de waarde vastgesteld op €483.000, onderbouwd met een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast op drie vergelijkingsobjecten in dezelfde plaats.
Eiser voert aan dat het voorzieningenniveau van de woning ondermaats is en overlegt foto’s en een door hem ingevulde vragenlijst. De rechtbank oordeelt dat eiser hiermee niet aan zijn stelplicht voldoet, mede omdat de vragenlijst deels dubbelzinnige opmerkingen bevat en de gemachtigde onvoldoende onderbouwing biedt. Het taxatierapport van eiser wordt door de heffingsambtenaar bekritiseerd vanwege fundamentele gebreken, zoals het ontbreken van waardering van bijgebouwen en onduidelijkheid over indexering.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is en dat eiser geen twijfel heeft gezaaid over de juistheid daarvan. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt het griffierecht niet terug en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €483.000 blijft gehandhaafd.