ECLI:NL:RBOBR:2025:2583
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning afgewezen wegens voldoende waardering met vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1999 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €864.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar baseerde de waardering op een taxatierapport van februari 2024, waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast met drie vergelijkingsobjecten uit dezelfde buurt en bouwjaar.
Eiser stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde keuken en badkamer en het matige duurzaamheidsniveau van de woning. De rechtbank stelt dat eiser onvoldoende feiten en bewijs heeft aangeleverd om deze stellingen te onderbouwen. De taxateur heeft de woning gewaardeerd met een correctiefactor die rekening houdt met een slechte onderhoudstoestand, terwijl de vergelijkingsobjecten gemiddeld zijn gewaardeerd.
De rechtbank oordeelt dat de waardering begrijpelijk en voldoende onderbouwd is en dat de verschillen in kwaliteit en onderhoudstoestand adequaat zijn meegenomen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink op 27 maart 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.