ECLI:NL:RBOBR:2025:2768
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep niet tijdig beslissen en proceskostenvergoeding in asielzaak
Eiseres diende op 20 maart 2023 een asielaanvraag in en stelde de minister in juni en juli 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen. Op 24 december 2024 verleende de minister alsnog een asielvergunning. Eiseres handhaafde haar beroep tegen het niet tijdig beslissen omdat de minister geen proceskosten wilde vergoeden.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is nu het besluit is genomen en eiseres geen procesbelang meer heeft. Wel werd onderzocht of de ingebrekestelling via het Advocatenportaal geldig was, ondanks dat de minister stelde dat deze digitale weg was gesloten.
De rechtbank volgde de eerdere uitspraak van de meervoudige kamer en oordeelde dat de minister de elektronische weg niet zonder deugdelijke motivering mocht sluiten. De ingebrekestelling was daardoor geldig ingediend. Tevens was voldaan aan de voorwaarden van artikel 6:12 Awb Pro, zodat het beroep terecht was ingesteld.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €907,00. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding toe.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en de minister is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €907,00.