ECLI:NL:RBOBR:2025:3187
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en toepassing vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning uit 1993 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €311.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar baseerde de waarde op een taxatie met de vergelijkingsmethode, waarbij drie vergelijkingsobjecten in dezelfde plaats werden gebruikt en waarderelevante verschillen werden gecorrigeerd.
Eiser stelde dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde staat van de keuken en badkamer en het matige duurzaamheidsniveau van de woning. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete feiten en bewijs heeft aangevoerd om dit te onderbouwen. De heffingsambtenaar maakte aannemelijk dat deze aspecten bij de waardering voldoende zijn betrokken, mede omdat voorzieningen smaakgevoelig zijn en het duurzaamheidsniveau vergelijkbaar is met de referentiewoningen.
De rechtbank kon de taxatietechnische waardering niet op juistheid toetsen, maar vond het rapport begrijpelijk en de onderbouwing voldoende. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.