ECLI:NL:RBOBR:2025:3188
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning via vergelijkingsmethode met correcties
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, een twee-onder-een-kapwoning uit 1971, vastgesteld op €308.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar baseert de waarde op een taxatierapport met de vergelijkingsmethode, waarbij drie vergelijkbare woningen in dezelfde plaats zijn gebruikt en gecorrigeerd voor relevante verschillen.
Eiser voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde keuken en het matige duurzaamheidsniveau van de woning. De rechtbank stelt dat eiser deze feiten moet stellen en bewijzen, waarna de heffingsambtenaar moet aantonen dat hiermee voldoende rekening is gehouden. De rechtbank kan de taxatietechnische waardering niet inhoudelijk toetsen, maar wel op begrijpelijkheid.
De heffingsambtenaar wijst op de recente verkoop van de woning voor €415.000, wat geïndexeerd hoger is dan de vastgestelde waarde, en betwist dat de keuken invloed heeft op de waarde. Ook is het duurzaamheidsniveau vergelijkbaar met de vergelijkingsobjecten. De rechtbank volgt dit en verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiser geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.