Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
de minister van Financiën, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- is ontstaan na 31 december 2005;
- vóór 1 juni 2021 opeisbaar is geworden;
- niet is voldaan op het moment dat de aanvraag wordt gedaan.
Zorgvuldigheid onderzoek
Kamerstukken II2021/22, 36 151, nr. 3, p. 46-47). Hoewel de rechtbank de gedachtegang van eiser dus begrijpt, is naar haar oordeel geen sprake van gelijke gevallen. En nu niet is gebleken dat sprake is van gelijke gevallen die ongelijk worden behandeld, bestaat reeds daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de toepassing van artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wht zich in dit geval niet verdraagt met artikel 14 van Pro het EVRM.