ECLI:NL:RBOBR:2025:3325
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ondanks betwisting vergelijkingsobjecten
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, stellende dat onvoldoende rekening is gehouden met de staat van onderhoud en het duurzaamheidsniveau. De heffingsambtenaar onderbouwt de waarde met een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast en correctiefactoren zijn gebruikt voor onderhoud en voorzieningen.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De correcties voor onderhoud en kwaliteitsniveau zijn adequaat en de vergelijkingsobjecten zijn passend gekozen. Nieuwe vergelijkingsobjecten in de bezwaarfase zijn toegestaan en vormen geen schending van de procesorde.
Eiser bracht op de zitting nieuwe bezwaren aan tegen de bruikbaarheid van een vergelijkingsobject en het ontbreken van fotomateriaal en rapportages, maar deze zijn te laat ingediend en worden buiten beschouwing gelaten. Ook het beroep op artikel 40 Wet Pro WOZ wordt verworpen omdat dit niet ziet op informatie in de uitspraak op bezwaar.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst proceskostenvergoeding af en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde van € 622.000 voor het kalenderjaar 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.