ECLI:NL:RBOBR:2025:3329
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en toepassing vergelijkingsmethode
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €592.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar baseert de waardering op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met drie vergelijkingsobjecten. Hierbij zijn correcties toegepast voor verschillen in bouwjaar, onderhoud en voorzieningen.
Eiser stelt dat de woning gedateerde keuken en badkamer heeft, scheurvorming vertoont en een matig duurzaamheidsniveau heeft, wat volgens hem onvoldoende is meegenomen. De rechtbank oordeelt dat eiser deze feiten onvoldoende heeft onderbouwd en dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat met deze aspecten voldoende rekening is gehouden via correctiefactoren.
Nieuwe argumenten die eiser op de zitting naar voren bracht, worden als te laat en in strijd met de goede procesorde beoordeeld en buiten beschouwing gelaten. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde blijft gehandhaafd en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.