Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.de stichting LANDELIJKE INSPECTIEDIENST DIERENWELZIJN,
2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
4.
[eiser 4],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 28 mei 2025 om 9:30 uur.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
De stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID) en drie natuurlijke personen hebben een kort geding aangespannen tegen een gedaagde die op social media aanhoudend onrechtmatige uitlatingen met persoonsgegevens over hen deed. Gedaagde is niet verschenen bij de mondelinge behandeling, waarna verstek is verleend.
De rechtbank weegt de botsing tussen het recht op eerbiediging van de eer en goede naam en bescherming van de persoonlijke levenssfeer van LID c.s. (artikel 10 Gw Pro en artikel 8 EVRM Pro) tegen de uitingsvrijheid van gedaagde (artikel 7 Gw Pro en artikel 10 EVRM Pro). De onweerlegde stellingen van LID c.s. over de onrechtmatigheid van de uitlatingen leiden tot een verbod op verdere openbaarmaking van persoonsgegevens en beschuldigingen jegens LID.
De voorzieningenrechter legt een verbod op met dwangsommen bij overtreding, verplicht verwijdering van reeds gepubliceerde berichten binnen vijf werkdagen en een proceskostenveroordeling van € 1.574,45. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt verboden onrechtmatige persoonsgegevens en beschuldigingen over eisers te publiceren en veroordeeld tot dwangsommen en proceskosten.