ECLI:NL:RBOBR:2025:4378
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt geen dienstverband en wijst terugvordering ZW- en WIA-uitkeringen toe
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 11 juli 2025 uitspraak gedaan in de gecombineerde zaken over de vraag of eiseres in december 2020 een privaatrechtelijke dienstbetrekking had met het uitzendbureau. Het UWV stelde dat geen sprake was van een dienstverband omdat eiseres geen arbeid had verricht en er geen gezagsverhouding bestond. Na onderzoek concludeerde het UWV dat het dienstverband gefingeerd was en vorderde zij de betaalde ZW- en WIA-uitkeringen terug.
Eiseres voerde aan dat zij wel werkzaamheden had verricht, zoals het inpakken van champignonkistjes en schoonmaken, en dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen. De rechtbank stelde vast dat eiseres en betrokkenen tegenstrijdige en onduidelijke verklaringen hadden afgelegd over de werkzaamheden. De verklaringen van het uitzendbureau waren eveneens inconsistent, en het vermoeden van het UWV dat geen arbeid was verricht werd aannemelijk geacht.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet verzekerd was voor de ZW en WIA en dat het UWV de uitkeringen terecht had teruggevorderd. Er werden geen dringende redenen gevonden om van terugvordering af te zien, ondanks de financiële gevolgen voor eiseres. Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering werd niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat eiseres geen dienstverband had en wijst de terugvordering van ZW- en WIA-uitkeringen toe zonder kwijtschelding.