ECLI:NL:RBOBR:2025:4683
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning afgewezen wegens voldoende onderbouwing waardering
Eiser is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning uit 1958 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €495.000 voor het kalenderjaar 2023. De heffingsambtenaar baseerde de waardering op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast met drie vergelijkingsobjecten uit dezelfde woonplaats.
Eiser stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de gedateerde keuken en badkamer en het matige duurzaamheidsniveau van de woning. De rechtbank oordeelde dat eiser deze feiten moest stellen en bewijzen en dat de heffingsambtenaar vervolgens aannemelijk moest maken dat hiermee voldoende rekening was gehouden. De taxatie corrigeerde voor het voorzieningenniveau en het onderhoud, en de rechtbank vond de onderbouwing begrijpelijk en voldoende.
Hoewel er enkele onjuistheden in de waardematrix waren ten aanzien van een vergelijkingsobject, waren deze in het voordeel van eiser en leidden niet tot een lagere waardering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde bleef gehandhaafd en eiser geen proceskostenvergoeding kreeg.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd op €495.000.