ECLI:NL:RBOBR:2025:4684
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning na vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een rijwoning uit 1999 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €360.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar baseerde de waardering op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast met drie vergelijkingsobjecten in dezelfde woonplaats.
Eiser stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de staat van onderhoud, met name de verouderde keuken en badkamer, en het matige duurzaamheidsniveau. De rechtbank oordeelt dat eiser deze feiten moet stellen en bewijzen, en dat de heffingsambtenaar vervolgens aannemelijk moet maken dat hiermee voldoende rekening is gehouden.
De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in diens waardering van kwaliteit, onderhoud en voorzieningen als voldoende, en ziet geen aanleiding voor correcties op basis van de keuken, badkamer of duurzaamheid. De inpandige opname en fotomateriaal ondersteunen deze beoordeling.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde blijft staan en eiser geen griffierecht of proceskosten terugkrijgt. De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink op 25 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.