ECLI:NL:RBOBR:2025:4781
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning met vergelijkingsmethode en bezwaar tegen onderhoudstoestand
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning aan het adres in [woonplaats] vast op €390.000 voor het jaar 2023, gebruikmakend van de vergelijkingsmethode met drie vergelijkingsobjecten. Eiser betwistte deze waarde onder meer vanwege de gedateerde keuken en badkamer, scheur- en schimmelvorming, slecht schilderwerk en het matige duurzaamheidsniveau.
De rechtbank oordeelt dat het aan eiser is om deze feiten te stellen en te bewijzen, en vervolgens aan de heffingsambtenaar om aan te tonen dat hiermee voldoende rekening is gehouden. De taxatie en correctiefactoren zijn deskundig vastgesteld en begrijpelijk gemotiveerd. De inpandige opname en foto’s ondersteunen de waardering.
Verder is geoordeeld dat de heffingsambtenaar niet verplicht was om op elke specifieke bezwaargrond expliciet te reageren, ook al werd de originele cv-installatie niet apart behandeld. De motivering op de kern van de bezwaren is voldoende. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €390.000 wordt ongegrond verklaard.