Eiseres werkte als interieurverzorgster en meldde zich ziek op 24 december 2020. Na twee jaar ziekte vroeg zij een WIA-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen vanwege voldoende re-integratie-inspanningen van haar werkgever en een te geringe mate van arbeidsongeschiktheid.
Eiseres voerde aan dat de re-integratie in spoor 2 onterecht werd opgeschort en dat zij niet geschikt was voor de geduide functies vanwege haar wisselende belastbaarheid. De rechtbank oordeelde dat het opschorten van spoor 2 medisch en logistiek verantwoord was en dat het UWV de re-integratie-inspanningen terecht tot de datum van de WIA-aanvraag beoordeelde.
De arbeidsdeskundige en verzekeringsarts concludeerden dat eiseres lichte werkzaamheden tot twintig uur per week kon verrichten met een acceptabel verzuimrisico. De rechtbank vond de inschatting van de belastbaarheid juist en verwierp het beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het griffierecht af en wees de proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 31 januari 2025.