ECLI:NL:RBOBR:2025:5117
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning op basis van vergelijkingsmethode
Eiseres is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1966 en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van € 354.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar baseerde de waardering op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met drie vergelijkingsobjecten in dezelfde plaats.
Eiseres stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde keuken en badkamer, matig onderhoud en het lage duurzaamheidsniveau van de woning. De rechtbank stelt dat eiseres deze feiten moet stellen en bewijzen, waarna de heffingsambtenaar moet aantonen dat hiermee voldoende rekening is gehouden.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de woningkwaliteit als slecht en het onderhoud als matig heeft beoordeeld, waarbij ook de keuken, badkamer, schilderwerk, kozijnen en isolatie zijn betrokken. Deze correcties zijn transparant en begrijpelijk toegepast. Omdat eiseres geen inpandige opname toestond, is de beoordeling mede gebaseerd op luchtfoto's en aangeleverde informatie.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. Beroepsgronden tegen artikel 30a Wet WOZ blijven onbesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 354.000 blijft gehandhaafd.