De werkgever, als eigen risicodrager voor de Wet WIA, stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om de aanvraag van een WIA-uitkering voor haar werknemer af te wijzen. De werknemer was sinds 2019 ziek gemeld en had eerder een loongerelateerde WGA-uitkering ontvangen die in 2023 werd beëindigd wegens bijverdiensten boven 65% van het oorspronkelijke loon.
De rechtbank oordeelde dat de werkgever geen procesbelang had bij het beroep, omdat zij geen actueel financieel belang kon aantonen. De werkgever wilde dat de werknemer een IVA-uitkering zou krijgen, maar erkende dat dit beroep geen directe financiële gevolgen voor haar had. Ook een toekomstig mogelijk belang bij een herbeoordeling werd niet als actueel belang gezien.
Daarnaast stelde de werkgever dat zij opkwam voor de belangen van de werknemer, maar de rechtbank verwierp dit omdat het belang van de werknemer niet gelijkgesteld kan worden aan dat van de werkgever. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en wees vergoeding van griffierechten en proceskosten af.