ECLI:NL:RBOBR:2025:8376

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
NL:TZ:0000073349:B001
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:447 BWArt. 3 lid 1 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentorenArt. 3 lid 5 sub b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentorenArt. 3 lid 6 Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentorenArt. 4 lid 4 onderdeel b Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verhuiskostenvergoeding bewindvoerder, wel vergoeding uitzonderlijke omstandigheden

De bewindvoerder van betrokkene verzocht om machtiging voor de beloning voor een verhuizing conform de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Betrokkene had ten tijde van de verhuizing geen mentor. De kantonrechter overwoog dat de Regeling een verhuiskostenvergoeding alleen toekent indien betrokkene geen mentor heeft en zelf niet in staat is de verhuizing te regelen, waarbij de vergoeding ziet op feitelijke verhuiswerkzaamheden, niet op administratieve handelingen.

De bewindvoerder had alleen administratieve werkzaamheden verricht, zoals afstemming met instanties en adreswijzigingen. De kantonrechter oordeelde dat deze werkzaamheden onder de standaard jaarbeloning vallen en geen recht geven op de forfaitaire verhuiskostenvergoeding. Wel erkende de kantonrechter dat de bewindvoerder als ketenpartner een cruciale rol had vervuld, wat uitzonderlijke omstandigheden opleverde.

Daarom werd een aanvullende vergoeding toegekend gelijk aan de verhuiskostenvergoeding, terwijl het verzoek voor de forfaitaire verhuiskostenvergoeding werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot forfaitaire verhuiskostenvergoeding afgewezen, wel aanvullende vergoeding wegens uitzonderlijke omstandigheden toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT
Toezicht
Locatie 's-Hertogenbosch
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000073349:B001
CBM-nummer
:
[dossiernummer]
beschikkingsnummer
:
1
datum
:
10 december 2025

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
[naam bewindvoerder] ,
handelend onder de naam [naam kantoor bewindvoerder] ,
Postbus [postbus] , [postcode 1] [vestigingsplaats] ,
Kamer van Koophandel-nummer [kvk] ,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,wonende te [adres] , [postcode 2] [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 21 september 2025,
- de nadere informatie, ontvangen op 2 december 2025,
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.

Beoordeling

Verzoeker is de bewindvoerder van betrokkene en vraagt machtiging voor de beloning voor een verhuizing conform artikel 3 lid 5 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna: de Regeling). Betrokkene had ten tijde van de verhuizing geen mentor.
Verzoeker licht het verzoek als volgt toe:
“Naar aanleiding van uw bericht van 02-12-2025 geeft u aan dat de kantonrechter voornemens is mijn verzoek voor de verhuiskostenvergoeding af te wijzen. Kantonrechter is van mening dat een verzoek tot beloning alleen wordt toegekend als is voldaan aan de voorwaarde dat cliënt geen mentor heeft en betrokkene en/of zijn sociale omgeving zelf niet in staat is de verhuizing te regelen. Ik ben van mening dat wel degelijk aan de voorwaarden is voldaan en verstrek u daarom aanvullende informaite hiertoe.
Kernpunten:
De verhuizing van cliënt, de heer [naam betrokkene] , heeft plaatsgevonden op 19-08-2025. Op dat moment had cliënt geen mentor; het mentorschap is pas op 23-10-2025 door de rechtbank ingesteld.
Cliënt had op het moment van verhuizing geen netwerk: zijn moeder is op [datum overlijden] overleden, en de explosieve relatie zorgde louter voor ruis als gevolg van de lastige mentale fase van client [naam betrokkene] agv het verlies van zijn moeder en regelmatige terugval in middelengebruik. De relatie met zijn vriendin ging ook voorbij als gevolg van conflicten.
Alle administratieve werkzaamheden rondom de verhuizing zijn door mij als bewindvoerder verricht. Ook voor de afstemming met client / woningbouwvereniging en Sociaal Teams consulent heb ik als bewindvoerder gezorgd. De mentor waarnaar u verwijst heeft geen enkele bijdrage geleverd want is pas op 23-10-2025 aamgesteld. Ook de komst van de mentor is door bewindvoerder geregeld omdat door het weggevallen netwerk (moeder overleden) er meer hulp en zorg geboden moest gaan worden nu hij er alleen voor kwam te staan als gevolg van de verhuizing naar een eigen huurwoning.
Juridische onderbouwing:
Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 21-08-2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:5177) geoordeeld dat de Regeling geen onderscheid maakt tussen administratieve en niet-administratieve verhuiswerkzaamheden. Bewindvoerders hebben ook voor louter administratieve werkzaamheden recht op de forfaitaire verhuiskostenvergoeding.
De Expertgroep CBM adviseert kantonrechters om deze lijn te volgen en verzoeken die betrekking hebben op verhuizingen in 2024 of 2025 welwillend te beoordelen (zie bijgevoegde aanbeveling van Aegis dd. 11-09-2025).
Bijlagen:
Lijst van door mij verrichte werkzaamheden rondom de verhuizing.
Bevestiging verhuisaangifte dd. 19-08-2025.
Beschikking voortzetting uitkering Pw na adreswijziging.
Aanbeveling Expertgroep CBM (Aegis).
Gezien mijn aanvullende informatie en het advies van de Expertgroep CBM verzoek ik u mijn verzoek alsnog toe te wijzen. Ik zie uw beoordeling met belangstelling tegemoet.
hierbij vraag ik de forfaitaire vergoeding aan inzake de verhuizing van mijn cliënt de heer [naam betrokkene] . Als bewijssstuk vindt u in bijlage de bevestiging van de verhuisaangifte dd. 19-08-2025 + beschikking van ongewijzigd voortzetting uitkering Pw als gevolg van de adreswijziging.
Graag zie ik uw beschikking tegemoet, zodat ik deze kan gebruiken voor de aanvraag bijzondere bijstand voor de forfaitaire verhuiskostenvergoeding.
Het verzoek komt er feitelijk op neer dat verzoeker aanspraak wenst te maken op de verhuiskostenbeloning, waarbij verzoeker heeft aangegeven alleen administratieve werkzaamheden en geen feitelijke werkzaamheden voor de verhuizing van betrokkene te hebben verricht. Daarbij wordt verwezen naar de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2025:5177) en het besluit van de Expertgroep CBM waarin de aanbeveling is opgenomen om de lijn van het voornoemde gerechtshof te volgen.
De kantonrechter zal, gelet op de ontvangen informatie, het verzoek op dit punt afwijzen en overweegt hiertoe het volgende (maar vindt zoals hieronder zal blijken wel dat de bewindvoerder een beloning toekomt op andere gronden).
Op grond van artikel 1:447 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) heeft de bewindvoerder aanspraak op beloning overeenkomstig de regels die bij regeling van Onze Minister van Veiligheid en Justitie zijn vastgesteld. Deze regels zijn vastgesteld in de reeds genoemde Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
In artikel 3 lid 1 van Pro de Regeling staat dat de kantonrechter de beloning van een bewindvoerder vaststelt overeenkomstig het bepaalde in het tweede tot en met het vijfde lid. In lid 2 staat de standaard jaarbeloning. In lid 5 staat een aantal aanvullende beloningen, bijvoorbeeld ‘voor verkoop of ontruiming van een woning, of in geval er geen mentor is, een verhuizing’.
Anders dan sommige Hoven recent hebben geoordeeld en de aanbeveling van de Expertgroep CBM om de lijn van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2025:5177) te volgen, is de kantonrechter van oordeel dat een bewindvoerder niet altijd recht heeft op de verhuiskostenvergoeding in het geval betrokkene geen mentor heeft en/of zelf in staat is de verhuizing te regelen wanneer betrokkene verhuist.
Dit kan worden afgeleid uit de Nota van Toelichting bij de Regeling. Hierin staat voor zover van belang:
‘Naast de jaarbeloning kunnen professionele vertegenwoordigers in voorkomende gevallen tevens aanspraak maken op een forfaitaire beloning voor bepaalde incidentele werkzaamheden, zoals werkzaamheden in verband met een verhuizing.
Uitgangspunt is dat de curator, bewindvoerder en mentor adequaat worden beloond voor de uitoefening van hun taken. (…) Een adequate beloning betekent ook dat vertegenwoordigers in staat moeten worden gesteld om hun werkzaamheden in het belang van de betrokkene naar behoren uit te voeren.
De jaarbeloning geldt als gemiddelde. Het ene mentorschap of bewind zal meer tijd vergen dan het andere. Het zal ook voorkomen dat gedurende een aantal jaren veel uren aan een betrokkene worden besteed en de volgende jaren minder dan het gemiddelde aantal uren waarop de forfaitaire jaarbeloning is gebaseerd. Het voordeel van het hanteren van een forfaitaire beloning is dat de administratieve afhandeling relatief eenvoudig is. Daarmee wordt beoogd de regeldruk voor de vertegenwoordigers en de rechterlijke macht te verminderen.
De beloning voor werkzaamheden in verband met de verkoop of ontruiming van de woning van rechthebbende, of in geval er geen mentor is, de verhuizing van de rechthebbende, bedraagt (5 uren * € 65 =) € 325.
De werkzaamheden in het kader van een verhuizing vallen in beginsel onder de taak van de mentor. Daarom dient een beloning voor werkzaamheden in het kader van een verhuizing alleen te worden toegekend indien de rechthebbende daartoe zelf niet in staat is en er geen mentor is die de verhuizing kan regelen.”
Als een betrokkene een mentor heeft en/of zelf in staat is de verhuizing te regelen ontvangt een bewindvoerder geen aanvullende beloning in het geval van een verhuizing. Dit terwijl een verhuizing ook in die gevallen wel extra werk betekent voor de bewindvoerder. Zo moet hij adressenlijsten aanpassen, adreswijzigingen de deur uitdoen, in een voorkomend geval een nieuwe aanvraag doen voor bijzondere bijstand, een nieuwe begroting maken et cetera. Gelet op de inhoud van de Regeling en de toelichting daarop heeft de wetgever blijkbaar beoogd dat voor deze extra - administratieve - werkzaamheden de standaard jaarbeloning een adequate beloning is waarbij de wetgever uitdrukkelijk heeft overwogen dat meeruren in het ene dossier in een jaar worden gecompenseerd door minderuren in andere dossiers en/of andere jaren.
Naar het oordeel van de kantonrechter is het niet de bedoeling van de wetgever geweest om een beloning voor enkel de administratieve werkzaamheden in het kader van een verhuizing toe te kennen als er geen mentor is en/of betrokkene niet zelf in staat is de verhuizing te regelen.
In de Nota van Toelichting bij de Regeling staat immers dat een beloning in het kader van een verhuizing alleen wordt toegekend als er geen mentor is en/of indien de rechthebbende (betrokkene) daartoe zelf niet in staat is. De crux zit hem in deze toevoegingen. Immers: wat doet de mentor of betrokkene zelf bij een verhuizing? Het gaat dan niet om de administratieve afhandeling, maar om de niet-administratieve verhuiswerkzaamheden (denk daarbij aan een verhuizer inhuren, busje huren et cetera). Als er niemand is om die feitelijke verhuiswerkzaamheden te regelen en de bewindvoerder dat op zich moet nemen, heeft de bewindvoerder recht op de vergoeding die normaliter de mentor toekomt. Een mentor heeft immers ook alleen recht op de verhuisvergoeding indien hij of zij daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht in verband met de verhuizing van betrokkene, zo blijkt uit de toelichting bij artikel 4 lid 4 onderdeel Pro b van de Regeling. Het mag duidelijk zijn dat dat niet de administratieve werkzaamheden betreffen. Die zijn immers voorbehouden aan de bewindvoerder.
De Aanbevelingen meerderjarigenbewind (hierna: Aanbevelingen), vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Toezicht (LOVT) op 3 april 2025, zijn in lijn met het voorgaande.
In B.H8 van de Aanbevelingen staat vermeld dat de administratieve werkzaamheden vanwege een verhuizing in beginsel tot de normale taak van een bewindvoerder behoren; “De extra beloning in verband met verhuizen is bedoeld voor extra werkzaamheden die een bewindvoerder moet verrichten ten aanzien van de feitelijke verhuizing van de rechthebbende. Daarbij kan gedacht worden aan omzetten van het energie- of internetcontracten, een verhuisbedrijf inschakelen, een schoonmaakploeg inhuren en dergelijke, omdat de rechthebbende en zijn sociale omgeving of mentor dit niet zelf kunnen regelen. De bewindvoerder moet vermelden waarom de rechthebbende dit niet zelf kan.”
De kantonrechter is overigens van oordeel - in afwijking van de Aanbevelingen en de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (
ECLI:NL:GHSHE:2025:2330 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)) - dat het omzetten van energie- of internetcontracten geen feitelijke werkzaamheden zijn die zien op de verhuizing, maar administratieve handelingen die onder de forfaitaire jaarbeloning vallen. Alle administratieve handelingen in het geval van een verhuizing komen namelijk voor rekening en risico van de bewindvoerder, omdat dit handelingen van vermogensrechtelijke aard zijn. Omdat de bewindvoerder betrokkene in het geval van een verhuizing in en buiten rechte vertegenwoordigt, betekent dit dat instanties slechts contact wensen en mogen hebben met de bewindvoerder. Dat maakt dat betrokkene niet langer in staat moet worden geacht om de betreffende werkzaamheden (zelfstandig) te kunnen verrichten.
Ingeval van een verhuizing behoren de daarbij behorende feitelijke werkzaamheden die zien op de verhuizing niet tot de reguliere taken van de bewindvoerder; hiervoor geldt dan ook die extra beloning voor een verhuizing.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de bewindvoerder enkel aanspraak kan maken op de forfaitaire verhuiskostenvergoeding indien werkzaamheden zijn verricht in het kader van de verhuizing die niet onder de standaard jaarbeloning vallen. Oftewel: er moeten andere werkzaamheden zijn gesteld en verricht dan (de standaard) administratieve werkzaamheden. Uit de door de bewindvoerder gegeven opsomming blijkt hier niet van. Er bestaat daarom geen recht op de forfaitaire verhuiskostenvergoeding. De kantonrechter zal dan ook het beloningsverzoek afwijzen.
Wel zou recht kunnen bestaan op een aanvullende vergoeding op grond van artikel 3 lid 6 van Pro de Regeling. Hiervoor is vereist dat sprake is van uitzonderlijke omstandigheden.
Verzoeker heeft bij de verhuizing van betrokkene voornamelijk gefunctioneerd als een ketenpartner wat in het belang van betrokkene is geweest. De taak van ketenpartner was hier cruciaal voor betrokkene en zijn belangen. De kantonrechter is daarom van oordeel dat hierdoor sprake is van uitzonderlijke omstandigheden waarvoor een extra beloning gelijk aan de beloning voor een verhuizing kan worden toegekend.

Beslissing

-stelt de beloning wegens uitzonderlijke omstandigheden vast op een bedrag van € 498,52 incl. BTW conform artikel 3, lid 6 van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;
- wijst het anders of meer verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.