ECLI:NL:RBOBR:2025:8826

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
C-01-418962 - KG ZA 25-465
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kort geding over beëindiging van een duurovereenkomst tussen twee leveranciers van bouwmachines en besturingssystemen

In deze zaak heeft de Rechtbank Oost-Brabant op 18 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen [eiser] B.V. en SITECH Nederland B.V. [eiser] vorderde nakoming van een samenwerkingsovereenkomst die op 1 oktober 2025 door SITECH was opgezegd. De overeenkomst betrof de verkoop en levering van bouwmachines en bijbehorende systemen. [eiser] stelde dat de opzegging onrechtmatig was, omdat er geen zwaarwegende redenen waren voor de beëindiging en er geen redelijke opzegtermijn in acht was genomen. De voorzieningenrechter oordeelde dat [eiser] niet aannemelijk had gemaakt dat zij een voldoende spoedeisend belang had bij de gevorderde nakoming van de overeenkomst. De rechtbank overwoog dat de samenwerkingsovereenkomst als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd moest worden gekwalificeerd en dat de opzegging door SITECH niet onrechtmatig was, omdat deze voorafgaand aan de formele opzegging al had aangekondigd dat zij ontevreden was over de samenwerking. De vorderingen van [eiser] werden afgewezen en zij werd in de proceskosten veroordeeld.

Uitspraak

RECHTBANK Oost-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/418962 / KG ZA 25-465
Vonnis in kort geding van 18 december 2025
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mrs. G.J. Koning en M. Smit,
tegen
SITECH NEDERLAND B.V.,
te Asten,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Sitech,
advocaat: mr. M.C. Hoeba.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 22 oktober 2025 met producties, genummerd 1 tot en met 7;
- de producties, genummerd 8 tot en met 12, van mr. Smit, ontvangen op 28 oktober 2025;
- de conclusie van antwoord van mr. Hoeba van 28 oktober 2025 met producties, genummerd 1 tot en met 9;
- de op 29 oktober 2025 ingekomen producties van mr. Smit, genummerd 13 tot en met 16;
- de op 29 oktober 2025 ingekomen productie van mr. Hoeba, genummerd 10;
- de mondelinge behandeling van 30 oktober 2025;
- de pleitnota van mr. Koning;
- de pleitnota van mr. Hoeba;
- de aanhouding van de zaak ter zitting teneinde partijen in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling te beproeven;
- de brief van mr. Smit van 11 november 2025 met het verzoek om de zaak langer aan te houden;
- de brief van mr. Hoeba van 21 november 2025;
- de brief van mr. Smit van 21 november 2025 met het verzoek vonnis te wijzen, met als bijlage een akte houdende vermindering van eis;
- de brief van mr. Hoeba van 1 december 2025;
- de brief van mr. Smit van 2 december 2025;
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op uiterlijk 18 december 2025.

2.De voor de beoordeling relevante feiten

2.1.
[eiser] is actief in de landbouw-, grond/wegenbouw- en bouwsector. Ze houdt zich
bezig met het leveren van bouwmachines en aanbouwdelen en besturingssystemen
voor bouwmachines.
2.2.
Sitech is leverancier van bouwmachines, besturingssystemen en andere software
voor bouwmachines en meetapparatuur. Daarnaast levert Sitech service- en
ondersteuningsdiensten met betrekking tot de door haar geleverde machines,
systemen en apparatuur. Sitech treedt op als dealer voor Trimble Inc, een Amerikaans bedrijf dat technologische oplossingen voor industrieën als de bouw en infrastructuur ontwikkelt en aanbiedt.
2.3.
[eiser] is in januari 2024 opgericht door haar aandeelhouder [bedrijfsnaam]
B.V, de holdingvennootschap van de heer [A] (hierna: [A] ). [A] en de heer [B] zijn gezamenlijk (middellijk) bestuurders van [eiser] .
2.4.
Vóór de oprichting van [eiser] was [A] werkzaam bij Sitech. Hij was lid van het managementteam en onder andere verantwoordelijk voor het verkopen en leveren van de Trimble-apparatuur van Sitech aan klanten en het onderhouden van contacten met relaties en leveranciers. Zijn activiteiten waren met name gericht op projecten waar ‘specials’ bij betrokken zijn [1] .
2.5.
In december 2023 is [A] uit dienst getreden bij Sitech.
2.6.
Partijen hebben op 21 december 2023 een overeenkomst met elkaar gesloten (productie 3 bij de dagvaarding) waarin zij onder meer het volgende hebben vastgelegd.
“(…)
SITECH Nederland zal vanaf 1 januari 2024 geen specials, levelers en kilvers, meer verkopen aan klanten maar deze mogelijkheden als leads doorgeven aan het sub dealerschap “ [eiser] B.V. ”. Door
deze afspraak zal de Trimble hardware, met bijbehorende software op deze hardware, te allen tijde geleverd worden door SITECH Nederland aan sub dealerschap “ [eiser] BV. ”, tegen vooraf overeengekomen tarieven. Bij installatie en afstelling zal door sub dealerschap “ [eiser] B.V.” gebruik gemaakt kunnen worden van de dienstverlening van SITECH Nederland
(…)
Dit betekent dat zij zullen (…) verkopen en ontwikkelen van speciale en innovatieve toepassingen van egaliseersystemen met de bijbehorende machinebesturingssystemen. Ten behoeve van het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn SITECH Nederland en de heer en mevrouw [A] een toekomstige samenwerking overeengekomen, waarbij zij de Trimble componenten en waar nodig de bijbehorende dienstverlening van SITECH Nederland zullen betrekken.
(…)
Leads delen tussen SITECH Nederland en sub dealerschap “ [eiser] B.V. ”en vice versa; a) SITECH Nederland zal leads voor ‘specials’ altijd delen met sub dealerschap “ [eiser] B.V. ” b) Leads vanuit het sub dealerschap “ [eiser] B.V. ”zullen altijd worden gedeeld met SITECH Nederland.
(…)
Hiernaast bestaat een lijst met klanten (hierna te noemen “DE KLANTENLIJST”) waarvan SITECH en
[eiser] B.V. zijn overeengekomen dat de belangen namens SITECH door Machine
Control Solutions B.V. zullen worden behartigd.
(…)
In het bovengenoemde geval, waarin een lead voor SITECH wordt aangedragen door sub dealerschap “ [eiser] B.V. ” en dit resulteert in een verkoop, is een zogenaamde findersfee van 3% met een max van € 750,- van toepassing.
Wanneer sub dealerschap “ [eiser] B.V. ” in uitdrukkelijk overleg met SITECH Nederland optreedt als agent voor SITECH Nederland voor de verkoop van een volledig systeem, ontvangt sub dealerschap “ [eiser] B.V. ” daarvoor een commissie van 12% van het met de klant overeengekomen totaalbedrag.
(…)
Wanneer het gaat om toekomstige verkopen in een zogenaamde subscription/abonnementsvorm zal [eiser] B.V. bij de jaarlijkse verlenging een provisie ontvangen naar rato van de waarde van het abonnement. Van toepassing op de hardware producten met de daarop geïnstalleerde software.
(…)
SITECH Nederland is verantwoordelijk voor het opstellen van simpele documentatie omtrent te machine:
  • Aanduiding van de onderdelen (incl. serienummers van de geïnstalleerde delen)
  • Opbouw van de onderdelen (foto’s en eventueel schema's)
o (foto's en bijbehorende schema's)
o Handleidingen en wettelijk vereiste documentatie indien van toepassing voor SITECH
(…)
Tweewekelijks een Teams vergadering van een half uur, waarin we in ieder geval de volgende zaken
bespreken: Lopende operaties, aankomende orders, eventuele problemen in de samenwerking,
product updates en wat er goed gaat in de samenwerking.
(…)”
2.7.
Op 12 mei 2025 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [eiser] en Sitech. Tijdens dat gesprek is onder meer aan de orde geweest het voornemen van Sitech om de overeenkomst met [eiser] te beëindigen.
2.8.
Bij e-mailbericht van 23 mei 2025 (productie 6 van mr. Hoeba) heeft [eiser] aan Sitech onder meer het volgende bericht:
“(…)
Zoals afgesproken, sturen wij je deze e-mail om onze teleurstelling te uiten over het voornemen van Sitech om eenzijdig het door beide partijen ondertekende contract te ontbinden. (…).
Wat betreft de service aan door [eiser] geleverde Trimble-apparatuur, blijft Sitech ook na de beëindiging van de overeenkomst verplicht om service te bieden op basis van de serviceovereenkomst met Trimble die hoort bij het dealer schap. Klanten die Trimble-apparatuur in het buitenland hebben gekocht of via een machinefabrikant moeten bij Sitech terecht kunnen voor service en ondersteuning.
[eiser] vindt het noodzakelijk om goed vast te leggen hoe wij kunnen rekenen op ondersteuning vanuit SITECH na de ontbinding, zowel voor de al geleverde systemen als voor toekomstige apparatuur.
(…)
Wij kunnen niet zonder meer instemmen met de ontbinding van de overeenkomst voordat duidelijke afspraken
zijn gemaakt over de onderstaande punten:
1. De bepaling in het huidige contract waarin beide partijen zich verplichten zich niet negatief over elkaar uit te laten, dient volledig gehandhaafd te blijven.
2. De bepaling dat Sitech geen specials, in het bijzonder levelers en kilvers, verkoopt, moet ongewijzigd van kracht blijven.
3. Graag ontvangen wij duidelijkheid over de vraag of met het opzeggen van het samenwerkingscontract ook het huurcontract wordt beëindigd.
4. Sitech dient bij het beëindigen van de samenwerking een redelijke termijn in acht te nemen alvorens [eiser] -klanten actief te benaderen voor up-sellactiviteiten, gezien de door [eiser] geïnvesteerde tijd en middelen in deze relaties.
5. Bij beëindiging van het contract beschouwen wij het als ons recht om Sitech-klanten te benaderen voor het aanbieden van diensten en producten van welke aard of herkomst dan ook.
6. Hoe gaat Sitech om met klanten van [eiser] die expliciet hebben aangegeven bepaalde niet-special producten uitsluitend via [eiser] te willen blijven afnemen?
7. Wat is Sitech’s plan voor de afhandeling van reeds verkochte, maar nog niet geïnstalleerde producten? Wij verzoeken om garantie dat installatie binnen een redelijke termijn zal plaatsvinden. Dit geldt dan ook voor de installaties welke nog niet zijn besteld, echter nu wel in een eindfase danwel opdracht fase verkeren.
8. Wat is de aanpak van Sitech ten aanzien van producten in de markt waarvoor servicecontracten zijn afgesloten? Blijft Sitech de service uitvoeren, en hoe worden benodigde onderdelen geleverd – met of zonder betrokkenheid van [eiser] ?
9. Hoe wordt omgegaan met serviceverlening op Trimble-apparatuur die in de toekomst door [eiser] is opgebouwd en geïnstalleerd?
10. Zoals al genoemd tijdens ons gesprek wil SITECH na het beëindigen van de huidige overeenkomst wel apparatuur blijven leveren aan [eiser] . De vraag is dan tegen welke inkoop condities?
(…)
2.9.
Bij aangetekende brief van 1 juli 2025 heeft Sitech de overeenkomst en daarmee de samenwerking met [eiser] per 1 oktober 2025 opgezegd (productie 4 bij de dagvaarding). In deze brief staat onder meer vermeld:
“(…)
SITECH heeft vastgesteld en herhaaldelijk met u besproken dat de constructie met [eiser] als subdealer in de praktijk niet werkbaar is gebleken. Zowel in de aansturing als in de uitvoering richting klanten zijn structurele knelpunten ontstaan. Om die reden heeft SITECH besloten de samenwerking in de huidige vorm te beëindigen. Wij zeggen deze hierdoor op per 1 oktober 2025.Vanaf heden accepteert SITECH geen nieuwe orders meer via de subdealerconstructie. Gelet op de formele einddatum van de samenwerking, 1 oktober 2025, dienen alle lopende orders uiterlijk voor deze datum afgerond te zijn. Lopende orders zullen conform de bestaande afspraken worden afgerond. Met ingang van heden wordt echter geen technische ondersteuning meer verleend voor nieuwe aanvragen of ontwikkelingen. Daarnaast is het [eiser] vanaf heden niet langer toegestaan om rechtstreeks contact op te nemen met medewerkers van SITECH voor support of technische assistentie.
SITECH zal haar dienstverlening vanaf heden volledig in eigen beheer uitvoeren. Deze koerswijziging is onderdeel van een bredere strategie, gericht op het versterken van regie, kwaliteit en klantbeleving.
Voor reeds door SITECH geleverde en opgebouwde systemen blijft ondersteuning geboden binnen de geldende
Trimble-garantievoorwaarden. Klanten kunnen zich hiervoor direct tot SITECH wenden. In het geval van installaties die door [eiser] zijn geleverd vóór de beëindigingsdatum, zal SITECH, indien technisch verantwoord, ondersteuning blijven bieden. (…).”
2.10.
Bij brieven van 7 juli 2025 en 1 augustus 2025 heeft de advocaat van [eiser] Sitech aangeschreven en gesommeerd om te bevestigen dat onmiddellijk weer ten volle uitvoering wordt gegeven aan de overeenkomst en aansprakelijkheid te erkennen voor alle schade die [eiser] heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig en in strijd met de overeenkomst staken van de uitvoering van de overeenkomst (productie 5 bij de dagvaarding).
2.11.
Sitech heeft aan [eiser] laten weten geen gehoor te zullen geven aan deze sommaties.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert na wijziging van eis - samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. Sitech te veroordelen om de overeenkomst met onmiddellijke ingang na te komen, onder andere door nieuwe orders van [eiser] te accepteren, uitvoering te geven aan de werkzaamheden tot installatie en inbedrijfstelling van de door [eiser] verkochte machines, de technische ondersteuning voor nieuwe aanvragen of ontwikkelingen voort te zetten, tot en met 31 januari 2026, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
II. Sitech te verbieden om de ‘specials’ in strijd met de overeenkomst direct aan klanten aan te bieden en te verkopen, zolang de overeenkomst voortduurt, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
III. Sitech te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag.
Met de opzeggingsbrief van 1 juli 2025 is sprake van een onrechtmatige opzegging zijdens Sitech. Er bestond namelijk geen zwaarwegende grond voor opzegging van de overeenkomst. Daarnaast heeft Sitech geen redelijke opzegtermijn in acht genomen en heeft zij ook geen aanbod gedaan tot het betalen van schadevergoeding. De facto heeft Sitech zelfs helemaal geen opzegtermijn in acht genomen. De samenwerking tussen Sitech en [eiser] is met de opzeggingsbrief met onmiddellijke ingang beëindigd.
[eiser] is voor haar bedrijfsvoering en continuïteit in grote mate afhankelijk van de
overeenkomst met Sitech. Het was vanaf de start van de samenwerking duidelijk dat het de intentie van beide partijen was om een langdurige samenwerking aan te gaan, waar partijen op lange termijn de vruchten van zouden plukken. Tegen deze achtergrond heeft [eiser] ook tal van investeringen gedaan, personeel aangenomen en beurzen bezocht om Trimble-apparatuur in combinatie met de machines van [eiser] te promoten en kennis over de Trimble-apparatuur op te doen.
[eiser] heeft voor een bedrag van € 75.000,00 investeringen gedaan. Deze investeringen moeten nog worden terugverdiend. Bovendien is er tijd nodig om het vertrouwen van klanten terug te winnen en over te schakelen naar een ander bedrijfsmodel dat niet afhankelijk is van de samenwerking met Sitech. Het plotseling en per direct eindigen van de samenwerking brengt de continuïteit van [eiser] ernstig in gevaar.
[eiser] heeft van diverse (oud-)klanten vernomen dat Sitech de zogeheten ‘specials’ inmiddels zelf direct verkoopt en levert aan klanten, buiten [eiser] om. Het gaat in ieder geval om aannemersbedrijf [C] en de firma [D] . Dit is in strijd met de exclusiviteit die partijen in de overeenkomst ten aanzien van deze ‘specials’ zijn overeengekomen en vormt een bedreiging voor de continuïteit van [eiser] , nu het aanbieden en verkopen van de specials een van haar kernactiviteiten is.
[eiser] lijdt hierdoor schade. De maandomzet van [eiser] is na de opzegging gekelderd tot
€ 4.000,00 per maand, daar waar deze voorheen € 100.000,00 per maand bedroeg.
3.3.
Sitech heeft gemotiveerd verweer gevoerd en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een voldoende spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt daarbij dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.
4.2.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat tussen partijen vast staat dat de samenwerkingsovereenkomst van 21 december 2023 moet worden gekwalificeerd als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. De overeenkomst kent verder geen bijzondere bepalingen die zien op opzegging van de overeenkomst, de daarvoor geldende (vorm-) voorschriften, de daarbij in acht te nemen termijnen of de gronden die aanleiding kunnen geven tot een dergelijke opzegging. Naar vaste jurisprudentie heeft alsdan te gelden dat een dergelijke overeenkomst, bij gebreke van specifieke, daarop betrekking hebbende afspraken, in beginsel door opzegging kan worden beëindigd. Dat is alleen anders indien zulks naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, gelet op alle omstandigheden - waaronder de opzegtermijn en de gevolgen - niet aanvaardbaar is te achten. Vanzelfsprekend dient ook een dergelijke opzegging zorgvuldig te geschieden, met inachtneming van de gerechtvaardigde belangen van de over en weer bij de overeenkomst betrokken partijen. In verband met de concrete omstandigheden van het geval kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat opzegging slechts dan tot beëindiging van de overeenkomst leidt, indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat en/of indien bij de opzegging een, gelet op alle omstandigheden van het geval, redelijke termijn in acht is genomen.
4.3.
Sitech heeft bij brief van 1 juli 2025 de overeenkomst opgezegd tegen 1 oktober 2025. Ook [eiser] neemt klaarblijkelijk tot uitgangspunt dat de overeenkomst hoe dan ook als gevolg van de opzegging een einde heeft genomen, zij het dat zij kennelijk van oordeel is, althans zo begrijpt de voorzieningenrechter de stellingen van [eiser] , dat Sitech gehouden was daarbij een opzegtermijn in acht te nemen van 7 maanden. Uitgaande van een dergelijke, door [eiser] kennelijk redelijk geachte opzegtermijn vordert [eiser] nakoming van de overeenkomst tot en met 31 januari 2026. In het petitum van de inleidende dagvaarding ging [eiser] kennelijk nog uit van een te hanteren opzegtermijn van 9 maanden (resulterend in een vordering om de verplichtingen uit de overeenkomst na te komen tot en met 31 maart 2026) maar na haar eiswijziging heeft [eiser] die termijn teruggebracht tot 7 maanden.
4.4.
In dit kort geding ligt daarmee uitsluitend de vraag voor of van Sitech kan worden gevergd dat zij, in afwijking van de door haar op 1 juli 2025 gedane opzegging van de overeenkomst en de daarbij in acht genomen opzegtermijn, de verplichtingen uit de overeenkomst nakomt ook nadat de overeenkomst volgens die door haar gedane opzegging reeds per 1 oktober 2025 is geëindigd.
4.5.
Toewijzing van de (gewijzigde) vordering [eiser] impliceert dat haar feitelijk een verlengde opzegtermijn wordt gegund en waardoor zij – in weerwil van de door Sitech gehanteerde opzegtermijn - nog aanspraak kan maken op nakoming van de overeenkomst tot eind januari 2026. De vraag die in dat licht dan moet worden beantwoord is of [eiser] een voldoende spoedeisend belang heeft bij voortgezette nakoming van de overeenkomst tot en met 31 januari 2025.
4.6.
[eiser] heeft op dit punt naar voren gebracht dat gedane investeringen moeten worden terugverdiend, dat er tijd nodig is om het vertrouwen van klanten terug te winnen en om over te schakelen naar een ander bedrijfsmodel dat niet afhankelijk is van de samenwerking met Sitech. Hoe een relatief korte voortzetting kan bijdragen aan die doelstellingen valt bij gebreke van een nadere toelichting voorshands evenwel niet in te zien.
Daarnaast heeft zij aangevoerd dat het in strijd met de overeenkomst buitenspel zetten van [eiser] met betrekking tot het aanbieden en verkopen van de ‘specials’ een bedreiging vormt voor de continuïteit van [eiser] , nu het aanbieden en verkopen van deze ‘specials’ één van haar kernactiviteiten is. [eiser] heeft haar stellingen op dit punt echter niet nader feitelijk onderbouwd. Zo is gesteld noch gebleken dat het voortbestaan van [eiser] (mogelijk) op het spel staat zo Sitech haar verplichtingen uit de overeenkomst niet tot 31 januari 2026 nakomt. De enkele niet onderbouwde stelling dat de maandomzet van € 100.000,00 per maand is gedaald naar € 4.000, is daarvoor onvoldoende. Nu Sitech feitelijk reeds met ingang van 1 juli 2025 haar verplichtingen niet meer nakomt [2] zou het voor [eiser] betrekkelijk eenvoudig moeten zijn om de voor haar existentiële gevolgen van de opzegging voor haar bedrijfsvoering inzichtelijk te maken, hetgeen zij evenwel heeft nagelaten.
4.7.
De voorzieningenrechter merkt hierbij verder nog op dat Sitech al geruime tijd vóór de formeel op 1 juli 2025 aangezegde opzegging van de overeenkomst, tijdens een bespreking op 12 mei 2025, vooraankondiging had gedaan van haar voornemen om de overeenkomst op te zeggen. Deze vooraankondiging is niet weersproken en vindt ook bevestiging in het, kennelijk in reactie daarop aan Sitech toegezonden e-mailbericht van [eiser] van 20 en 23 mei 2025. Sitech heeft ter zitting nader toegelicht, mede aan de hand van de door haar overgelegde verslagen van kwartaalbesprekingen gedurende het jaar 2024, dat de samenwerking van meet af aan niet naar behoren verliep en dat dit steeds aan de orde is gekomen tijdens evaluatiemomenten en kwartaalgesprekken. Volgens Sitech kan haar opzegging daarom voor [eiser] niet uit de lucht zijn komen vallen. Hoe dan ook was [eiser] er sedert (in ieder geval) 12 mei 2025 van op de hoogte dat Sitech ontevreden was over de per 1 januari 2024 gestarte samenwerking en vanwege die onvrede voornemens was om de samenwerking te beëindigen.
De voorzieningenrechter begrijpt niet goed (althans [eiser] heeft niet bevredigend kunnen verklaren) waarom [eiser] , in het licht van het aangezegde einde van de samenwerking op 12 mei 2025, en zeker na de formele bevestiging daarvan op 1 juli 2025 en de daarbij gehanteerde termijnen, niet in een veel eerder stadium stappen heeft ondernomen teneinde te waarborgen dat de – volgens haar aanzienlijke – schadelijke gevolgen van de opzegging voor de bedrijfsvoering van [eiser] zouden worden gemitigeerd.
Eerst op 9 september 2025 heeft [eiser] zich gewend tot de voorzieningenrechter ter verkrijging van een datum voor onderhavig kort geding. Dit tijdpad valt moeilijk te rijmen met het door [eiser] gestelde spoedeisend belang bij nakoming tot en met 31 januari 2026.
4.8.
[eiser] meent dat de opzegging onrechtmatig is en dat Sitech een ruimere opzegtermijn in acht had moeten nemen, hetgeen Sitech evenwel gemotiveerd heeft betwist. Wat hiervan echter ook zij, nu in dit kort geding vast staat dat de overeenkomst – ten laatste – een einde heeft genomen per 31 januari 2026 heeft [eiser] niet aannemelijk gemaakt dat zij, hangende de onzekerheid over het exacte tijdstip waarop de samenwerking een einde heeft genomen, een voldoende spoedeisend belang heeft om nog tot eind januari 2026 volgens de overeenkomst beleverd te krijgen en haar uit de overeenkomst voortvloeiende exclusiviteit ten aanzien van de verkoop van de specials te behouden, bijvoorbeeld omdat zij in haar directe voortbestaan wordt bedreigd of omdat anderszins sprake is van klemmende redenen op grond waarvan niet van haar kan worden gevergd dat zij een beslissing van de bodemrechter afwacht. Mocht in een bodemprocedure komen vast te staan dat Sitech schadeplichtig is geworden vanwege de door haar gedane opzegging in verband met de daarbij gehanteerde opzegtermijn dan zal Sitech [eiser] daarvoor dienen te compenseren. Van een spoedeisend belang aan de zijde van [eiser] om het ontstaan van dergelijke – voorshands nog niet vaststaande - schade te voorkomen is voorshands evenwel niet gebleken.
4.9.
Nu het [eiser] er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat zij een voldoende spoedeisend belang heeft bij de door haar ingestelde vorderingen, zal zij in haar vorderingen niet ontvankelijk worden verklaard.
4.10.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SITECH worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.107,00
Totaal
1.821,00.
4.11.
Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert. [3]

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
verklaart [eiser] niet ontvankelijk in haar vorderingen;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Sitech tot op heden begroot op € 1.821,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
5.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Schoorlemmer en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.

Voetnoten

1.Desgevraagd is ter zitting toegelicht dat het hier gaat om door [eiser] geleverde opzetstukken voor op een tractor of wheellader waarmee, in combinatie met specifiek daartoe door Sitech geleverde (van Trimble betrokkenen) machinebesturingssystemen, nauwgezet specialistische grondegalisatiewerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd
2.Vide de onder r.o. 2.9 aangehaalde passage uit de opzeggingsbrief
3.vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237 en HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.