In deze zaak heeft de rechtbank Oost-Brabant op 17 november 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie. De vader, vertegenwoordigd door advocaat mr. R.P.V.W. Willems, verzocht om de kinderalimentatie met ingang van 17 maart 2025 op nihil te stellen, omdat hij door een hoge schuldenlast geen draagkracht meer zou hebben. De moeder, vertegenwoordigd door advocaat mr. M.T. Kouwenhoven, verzet zich tegen dit verzoek en stelt dat er geen relevante wijziging van omstandigheden is die de vader in staat zou stellen om de alimentatie niet meer te betalen. De rechtbank heeft de situatie van de vader beoordeeld, waarbij werd vastgesteld dat hij aanzienlijke schulden heeft en onder gemeentelijke schuldhulpverlening valt. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vader een minimale draagkracht heeft van € 50 per maand, wat betekent dat hij € 25 per kind per maand aan de moeder moet betalen voor de duur van de schuldhulpverlening. De rechtbank heeft de alimentatie voor de duur van de schuldhulpverlening vastgesteld, met de mogelijkheid dat deze herleeft na afloop van het traject. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de alimentatie onmiddellijk betaald moet worden, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.