ECLI:NL:RBOBR:2025:968
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en onderbouwing taxatie
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen aan een adres in een Nederlandse gemeente, en stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde keuken en de matige onderhoudstoestand.
De heffingsambtenaar onderbouwt de waarde met een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast, waarbij drie vergelijkingsobjecten zijn gebruikt. De rechtbank stelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Hoewel de rechtbank erkent dat de kwaliteit van de woning, met name de keuken, niet voldoende inzichtelijk is meegenomen, leidt een neerwaartse correctie op dit punt niet tot een waarde die lager ligt dan de vastgestelde WOZ-waarde. De overige bezwaren van eiser, waaronder onderhoudstoestand en duurzaamheidsniveau, zijn onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde blijft gehandhaafd en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.