ECLI:NL:RBOBR:2025:972
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning met vergelijkingsmethode en correcties
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn drive-inwoning uit 1968, met name vanwege de verouderde keuken en badkamer en het matige duurzaamheidsniveau.
De heffingsambtenaar baseert de vastgestelde waarde van €415.000 op een taxatierapport van 10 oktober 2024, waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met drie vergelijkbare woningen. Daarbij zijn m²-prijzen gecorrigeerd voor waarderelevante verschillen.
De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende bewijs heeft geleverd voor de verouderde staat van de keuken en badkamer, maar dat de heffingsambtenaar inzichtelijk heeft toegelicht dat deze aspecten en het duurzaamheidsniveau adequaat zijn meegenomen in de waardering. De taxatie is begrijpelijk en deskundig uitgevoerd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd op €415.000.