Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 3 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [vestigingsplaats], eiseres
het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, het college
Samenvatting
Procesverloop
30 januari 2020 een aanvraag ingediend voor subsidie op grond vande subsidieregeling voor een bedrag van € 540.000,–.
Beoordeling door de rechtbank
“de commissie vindt de keuze om de hoeveelheid commerciële opdrachten terug te brengen niet getuigen van proactief ondernemerschap.”Volgens eiseres is het voor kunstenaars de bedoeling dat ze zich kunnen bezighouden met de artistieke inhoud en de ontwikkeling daarvan en is juist daarom subsidie aangevraagd. De Adviescommissie heeft hierover gezegd dat ze het standpunt handhaven dat door het terugbrengen van het aantal commerciële opdrachten de subsidieafhankelijkheid wordt vergroot. Volgens de Adviescommissie is ook voor commerciële opdrachten aandacht voor artistieke inhoud en de ontwikkeling daarvan noodzakelijk die door inkomsten via die opdrachten mede bekostigd zouden kunnen worden. Dit standpunt is door het college tijdens de zitting onderschreven.
“de commissie vindt het aantal fte’s aan de hoge kant”. Die fte’s zijn voor de twee componisten en een persoon voor organisatie, acquisitie en zakelijke leiding en dat is nodig voor een organisatie die al jaren wereldwijd projecten realiseert. De Adviescommissie heeft in haar reactie erop gewezen dat het citaat onvolledig is en dat in het advies staat
“Het aantal fte’s vindt de commissie – in verhouding tot de plannen – aan de hoge kant.”Juist die weggelaten zinsnede vindt de Adviescommissie cruciaal. Ook op dit punt onderschrijft het college de reactie van de Adviescommissie.
“Ook de begrote kosten voor de marketingactiviteiten noemt ze tamelijk hoog”. Eiseres is het niet eens met die passage en wijst erop dat zij van het Fonds voor de podiumkunsten een extra bijdrage van € 50.000,– heeft gekregen voor het programma internationale promotie en dat daar het belang van internationale marketing juist wordt onderstreept. De Adviescommissie is niet expliciet op deze passage ingegaan, maar heeft wel opgemerkt dat zij zich niet uitlaat over oordelen van andere beoordelingscommissies.
Conclusie en gevolgen
2 juli 2021 hangende de beroepsprocedure is ingetrokken en vervangen door het bestreden besluit, ziet de rechtbank aanleiding om het betaalde griffierecht te vergoeden. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is de rechtbank niet gebleken.
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover dat is gericht tegen het ingetrokken besluit van
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond;
- bepaalt dat het college het door eiseres betaalde griffierecht van € 360,– moet vergoeden.