5.1.Er is niet gebleken dat eiseres nog een procesbelang heeft bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit 1 en 2. De rechtbank zal het beroep tegen het bestreden besluit 1 en 2 daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Het beroep tegen het besluit van 2 juli 2025
6. Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres per 1 juni 2022 in aanmerking komt voor een vervolguitkering naar de mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Het UWV is bekend dat eiseres psychische en lichamelijke klachten heeft. Eiseres is vanwege haar energetische tekorten aangewezen op een urenbeperking van 6 uur per dag, 30 uur per week. Eiseres is met haar beperkingen zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 16 september 2024 geschikt voor de functies coupeuse (SBC-code 272042), teamondersteuner (SBC-code 315100) en montagemedewerker/bestukker (SBC-code 111180). Vergelijking van het inkomen dat zij in deze functies kan verdienen met het inkomen dat eiseres eerder verdiende, leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid van 70,59%.
7. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij stelt dat haar beperkingen zijn onderschat en dat haar beperkingen sinds 7 mei 2020 alleen maar zijn toegenomen. Dat blijkt uit de rapportage van verzekeringsarts M.M. Wolff-van der Ven (hierna: Wolff-van der Ven) van 21 maart 2024 die is opgesteld in het kader van de hoger beroepszaak bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB). De duizeligheidsklachten, de psychische klachten en de nek- en schouderklachten zijn verergerd. Daarnaast is er geen rekening gehouden met de diagnose dunnevezelneuropathie. Volgens eiseres moet een verdergaande urenbeperking worden aangenomen op energetische en preventieve gronden. Zij verwijst daarbij naar de rapportages van de door haar ingeschakelde verzekeringsarts M.J. Gerritze van Triage (hierna: Gerritze).
De redenen voor de beslissing van de rechtbank
De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek
8. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest. Uit de rapportages van de verzekeringsartsen blijkt dat de verzekeringsartsen voldoende op de hoogte waren van de door eiseres gestelde lichamelijke en psychische klachten. Uit de rapportage van de primaire arts blijkt dat er een spreekuurcontact met een arts heeft plaatsgevonden en dat de arts de klachten van eiseres en het dagverhaal heeft uitgevraagd. Ook heeft de arts lichamelijk onderzoek en observerend psychisch onderzoek verricht. De rapportage bevat verder een weergave van alle medische informatie. Uit de rapportage in bezwaar blijkt dat de verzekeringsarts B&B in bezwaar een dossierstudie heeft verricht en dat zij kennis heeft genomen van de bezwaargronden van eiseres. Ook heeft de verzekeringsarts B&B eiseres gezien op het spreekuur van 2 februari 2024 en zij heeft eiseres aanvullend onderzocht. De verzekeringsarts B&B heeft de in bezwaar ontvangen medische gegevens bestudeerd en meegewogen in de rapportage. De medische overwegingen in de rapportage zijn begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden. Verder heeft de verzekeringsarts B&B in de beroepsfase de rapportage van verzekeringsarts Wolff-van der Ven van 21 maart 2024 die is opgesteld in het kader van de hoger beroepszaak bij de CRvB en de aanvullende medische stukken van eiseres meegewogen in haar (aanvullende) beoordeling.
De medisch inhoudelijke beoordeling
9. De datum die in deze zaak van belang is, is 1 juni 2022 (datum in geding).
10. De rechtbank is van oordeel dat eiseres met wat zij heeft aangevoerd geen twijfel heeft doen ontstaan aan de juistheid van de besluitvorming door het UWV. De rechtbank licht dat als volgt toe.
11. Het UWV is ermee bekend dat eiseres zowel fysieke als psychische klachten heeft. De primaire arts heeft geconcludeerd dat eiseres beschikt over benutbare mogelijkheden, maar dat er wel beperkingen in de fysieke en psychische belastbaarheid zijn. In de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van 23 juli 2023 zijn daarom beperkingen aangenomen in alle rubrieken. De verzekeringsarts B&B heeft naar aanleiding van haar onderzoek verdergaande beperkingen aangenomen en heeft deze neergelegd in de FML van 2 februari 2024. Naar aanleiding van de rapportage in het kader van de hoger beroepszaak bij de CRvB heeft de verzekeringsarts B&B aanleiding gezien de belastbaarheid per 1 juni 2022 te herzien. Om die reden is er op 16 september 2024 een nieuwe FML opgesteld.
12. Eiseres stelt dat haar beperkingen zijn onderschat. Volgens verzekeringsarts Wolff-van der Ven, ingeschakeld in de hoger beroepszaak bij de CRvB, zijn de beperkingen van eiseres na de datum in geding in die zaak (7 mei 2020) verder toegenomen. Haar hoofd kan ze niet of nauwelijks bewegen en ook kan zij nauwelijks op en neer bewegingen maken. Ook zijn haar duizeligheidsklachten, de klachten aan haar voeten en haar psychische klachten verergerd. Hieronder zal de rechtbank per onderdeel ingaan op wat eiseres heeft aangevoerd over deze klachten.
De nek- en schouderklachten
13. Eiseres stelt dat er zwaardere beperkingen moeten worden aangenomen, met name op het punt van hoofdbewegingen. De klachten aan haar nek en schouder zijn namelijk verder toegenomen. Zij kan haar hoofd niet of nauwelijks bewegen en ook kan zij nauwelijks op en neer bewegingen maken. Ter onderbouwing van dit standpunt verwijst eiseres naar de rapportage van verzekeringsarts Gerritze van 3 januari 2022, waarin meerdere beperkingen zijn aangenomen.