ECLI:NL:RBOBR:2026:1714
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering voorschot huurtoeslag wegens overschrijding vermogensgrens
Eiseres maakte bezwaar tegen de herziening van haar voorschot huurtoeslag over 2024 naar € 0 en de terugvordering van € 3.644. De Dienst Toeslagen had het voorschot herzien omdat het vermogen van eiseres op 1 januari 2024 hoger was dan de wettelijke vermogensgrens van € 36.952.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Het vermogen van eiseres bedroeg op de peildatum € 37.175,71, wat de vermogensgrens overschrijdt. De rechtbank stelt dat de Dienst Toeslagen terecht het voorschot heeft herzien en dat de terugvordering niet onevenredig is. De vermeende schending van het hoorrecht wordt verworpen omdat eiseres tijdens een telefonisch contact heeft afgezien van een hoorzitting.
Verder is het evenredigheidsbeginsel niet geschonden. De rechtbank verwijst naar de wettelijke regeling en beleidsregels die geen uitzondering maken voor overschrijding van de vermogensgrens. Ook de financiële situatie van eiseres rechtvaardigt geen matiging van de terugvordering. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de herziening en terugvordering van het voorschot huurtoeslag 2024 wordt ongegrond verklaard.