Eiser, gescheiden van zijn voormalige echtgenote die de kinderopvangtoeslag had aangevraagd, verzocht om compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen wees dit verzoek af omdat alleen de aanvrager van de toeslag compensatie kan krijgen, en eiser zelf geen aanvraag had gedaan.
De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen had moeten onderzoeken of toepassing van de hardheidsclausule mogelijk was, omdat eiser stelt dat hij als gezamenlijke ouder ook slachtoffer is van de toeslagenaffaire. De rechtbank stelt dat de aanvullende regelingen voor ex-partners geen oplossing bieden als de aanvrager geen compensatie aanvraagt.
De rechtbank draagt de Dienst Toeslagen op binnen acht weken het gebrek in het besluit te herstellen door eiser in de gelegenheid te stellen bewijs te leveren dat zijn situatie gelijkgesteld kan worden met die van een gedupeerde ouder. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.