Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant, het college
[naam]uit [vestigingsplaats] (vergunninghoudster)
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling
Feiten en omstandigheden
- Het project bevindt zich in het buitengebied van [vestigingsplaats] en ligt direct ten noorden van de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Aa en Maas (RWZI [vestigingsplaats] ).
- Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is “Rijntakken” op een afstand van ongeveer 8,6 km.
- Op de projectlocatie is een biomassavergistingsinstallatie aanwezig. Na 2015 is de installatie enige tijd niet operationeel geweest. Vergunninghoudster heeft de installatie in 2017 overgenomen en na onderhoudswerkzaamheden weer in gebruik genomen.
- Voor de biomassavergistingsinstallatie is in het verleden een milieuvergunning verleend voor co-vergisting. De vergunde verwerkingscapaciteit bedroeg maximaal 34.565,5 ton mest per jaar en maximaal 17.009 ton co-substraten per jaar (totaal 51.574,5 ton per jaar). Voor deze bedrijfsvoering waren verschillende gebouwen en bouwwerken aanwezig en vergund, zoals een loods voor het scheiden van mest en vijf grote mestsilo’s (twee hoofdvergisters, twee navergisters en één silo voor vooropslag van mest). Daarnaast waren ook vier kleinere silo’s aanwezig (voor opslag van vloeibaar co-product) en een weegbrug. Er zijn in het verleden ook verschillende andere bouwwerken vergund, die niet zijn gerealiseerd.
- Op 24 april 2018 heeft het college naar aanleiding van een door de rechtsvoorganger van vergunninghoudster ingediende aanmeldingsnotitie besloten dat voor het wijzigen van de bestaande mestverwerkingsinstallatie (door de capaciteit te verhogen van 34.500 m³ drijfmest en co-producten per jaar naar 100.000 m³ drijfmest per jaar) geen milieueffectrapportage hoeft te worden opgesteld.
- Op 18 november 2021 is een omgevingsvergunning (revisie) verleend voor wijziging van de biomassavergistingsinstallatie naar een mestbewerkingsinstallatie en het vergroten van de verwerkingscapaciteit tot 100.000 m3 dierlijke drijfmest. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. In de uitspraak van 19 oktober 2023
- Vergunninghoudster heeft op 24 mei 2019 ook een watervergunning aangevraagd bij het dagelijks bestuur van het Waterschap Aa en Maas (Waterschap) voor het lozen van afvalwater van de mestverwerkingsinstallatie op het oppervlaktewater ter hoogte van de [adres] . Het Waterschap heeft op 13 januari 2022 een watervergunning verleend.
- Op 25 april 2023 is een veranderingsvergunning verleend waarmee voorschriften inzake een geurbeheersplan zijn toegevoegd
- Op 29 augustus 2023 heeft vergunninghoudster een aanvraag ingediend met betrekking tot het veranderen van een bedrijf voor het wijzigen van de mestverwerkingsinstallatie naar een co-vergistingsinstallatie en het verwerken van digestaat (mestverwaarding) op de projectlocatie. Binnen de inrichting wordt vergisting als mestverwerkingsstap toegevoegd, zodat (groen)gas kan worden geproduceerd. De capaciteit wijzigt hierbij van 100.000 ton (m3) drijfmest naar 90.000 ton (m3) drijfmest en 10.000 ton (m3) co-producten per jaar. Het digestaat dat na het vergistingsproces overblijft wordt op dezelfde wijze en met dezelfde installaties en machines verder verwerkt als in de vergunde situatie en met dezelfde emissiepunten. Wel wordt een Warmtekrachtkoppeling (WKK) in gebruik genomen en komt er binnen de bestaande mestverwerkingsloods een groengasopwaardeerinstallatie, met daarbij een opslag voor geurstof Tetrahydrothiofeen (THT). De rest van de mestverwerking (het digestaat) zal dus volgens de overige vergunde verwerkingsstappen ongewijzigd plaatsvinden.
- Vergunninghoudster heeft de voorgenomen activiteit bij het college op 8 februari 2023 aangemeld door middel van een aanmeldingsnotitie. Op 14 augustus 2023 heeft het college besloten dat voor deze voorgenomen activiteit geen milieueffectrapport opgesteld hoeft te worden.
oprichting van een inrichtingverstaan een uitbreiding van een inrichting door de
oprichtingvan een nieuwe installatie;
- Bij de vergisting is sprake van een chemisch proces;
- De installatie is bestemd voor de fabricage van de ontstane producten;
- Er is sprake van een industriële schaal;
- Er zijn verscheidene eenheden die naast elkaar functioneel met elkaar zijn verbonden.
.Nu zij dit heeft nagelaten, gaat de rechtbank er vanuit dat dit niet het geval is. Deze beroepsgrond slaagt niet.