ECLI:NL:RBOBR:2026:209
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding resterende studieschuld na kinderopvangtoeslagaffaire
Eiseres, slachtoffer van de kinderopvangtoeslagaffaire, verzocht de minister om kwijtschelding van haar resterende studieschuld die is ontstaan na 31 december 2020. De minister wees dit verzoek af op basis van de Beleidsregel kwijtschelding studieschulden gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek. Eiseres stelde dat haar was toegezegd dat ook toekomstige studieschulden zouden worden kwijtgescholden en deed een beroep op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de minister dergelijke toezeggingen heeft gedaan. De communicatie van de minister betrof expliciet alleen schulden tot en met 31 december 2020. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde daarom niet. Daarnaast voerde eiseres een beroep op de hardheidsclausule vanwege haar situatie rondom de toeslagenaffaire en het intrekken van haar studiefinanciering.
De rechtbank stelde vast dat de minister conform de Beleidsregel heeft gehandeld en dat de hardheidsclausule reeds is toegepast voor schulden tot en met 31 december 2020. Eiseres had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een afwijking van de beleidsregel rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de minister terecht het verzoek tot kwijtschelding van de resterende studieschuld heeft afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat de minister terecht het verzoek tot kwijtschelding van de resterende studieschuld heeft afgewezen.