ECLI:NL:RBOBR:2026:209
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kwijtschelding studieschuld in het kader van de kinderopvangtoeslagproblematiek
Deze uitspraak betreft het verzoek van eiseres om kwijtschelding van haar studieschuld. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van haar verzoek door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De rechtbank beoordeelt de afwijzing aan de hand van verschillende beroepsgronden die eiseres aanvoert. De rechtbank komt tot de conclusie dat de minister terecht geen gevolg heeft gegeven aan het verzoek van eiseres om haar studieschuld kwijt te schelden. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.
De rechtbank legt uit dat op 24 november 2021 de studieschuld van eiseres, die is ontstaan tot en met 31 december 2020, is kwijtgescholden omdat zij slachtoffer is van de kinderopvangtoeslagaffaire. Eiseres heeft de minister gevraagd om ook haar resterende studieschuld kwijt te schelden, maar dit verzoek is afgewezen. De rechtbank behandelt het beroep van eiseres en concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die aanleiding geven om van het beleid af te wijken.
Eiseres doet een beroep op het vertrouwensbeginsel, maar de rechtbank oordeelt dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat er toezeggingen zijn gedaan door de minister. Ook het beroep op de hardheidsclausule slaagt niet, omdat de minister volgens de Beleidsregel heeft gehandeld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat de minister de studieschuld van eiseres terecht niet heeft kwijtgescholden. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.