Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
de Dienst Toeslagen
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
.
aan het bestuursorgaanfeiten of omstandigheden bekend worden die voor de op het bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang kunnen zijn. Die situatie doet zich hier niet voor. Verder is er geen andere wettelijke bepaling die hiertoe verplicht. Eiseres heeft op de zitting nog gesteld dat haar bezwaar tegen het besluit van 21 december 2023 als een aparte bezwaarprocedure had moeten worden gezien, als gevolg waarvan – zo meent eiseres kennelijk – de Dienst Toeslagen haar (op grond van artikel 7:2, eerste lid, van de Awb) had moeten horen. De rechtbank gaat daarin niet mee. Eiseres heeft er namelijk in de bezwaarfase voor gekozen om haar bezwaren tegen het besluit van 21 december 2023 mee te nemen in de al lopende bezwaarprocedure tegen de besluiten van 20 mei 2022. De Dienst Toeslagen heeft daarom gelijk als hij zegt dat het op de weg van eiseres had gelegen om te verzoeken om een nadere hoorzitting, omdat er in die lopende bezwaarprocedure al een hoorzitting had plaatsgevonden. Eiseres is ook voldoende gelegenheid geboden om dat kenbaar te maken. In het dossier zit een e-mail van 6 september 2024 van de secretaris van de BAC aan de gemachtigde van eiseres met daarin de vraag hoe hij het verdere verloop van de bezwaarprocedure voor zich ziet. De gemachtigde heeft daar per e-mail van 20 september 2024 op gereageerd door de bezwaargronden tegen het besluit kenbaar te maken. Hij heeft daarbij niet om een nadere hoorzitting verzocht. De beroepsgrond van eiseres slaagt niet.
.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de Dienst Toeslagen tot een betaling van € 2.000 aan schadevergoeding aan eiseres;
- veroordeelt de Dienst Toeslagen tot een betaling van € 467 aan proceskosten aan eiseres.