Uitspraak
RECHTBANK Oost-Brabant
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 20 maart 2026 met drie producties
- de mondelinge behandeling die plaats heeft gevonden op 24 maart 2026
- de pleitnota van NEOS.
2.De feiten
G 2.3: IMPLEMENTATIEPLAN
Rechtbank Oost-Brabant
In deze zaak vordert Nieuwe Eindhovense Opvang Stichting (NEOS) dat de gemeente Eindhoven de voorlopige gunningsbeslissing voor perceel A van de sociale en facilitaire dienstverlening aan Oekraïense vluchtelingen intrekt of herbeoordeelt. NEOS was de zittende partij op de betreffende locaties en betoogt dat haar implementatieplan ten onrechte slechts als voldoende is beoordeeld, terwijl zij van mening is dat een hogere score op zijn plaats was.
De gemeente Eindhoven verdedigt de beoordeling en stelt dat de aanbestedingsstukken duidelijk waren en dat NEOS onvoldoende concreet is ingegaan op de gevraagde aspecten van het implementatieplan, ook al was zij de zittende partij. De voorzieningenrechter oordeelt dat NEOS onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de beoordeling onredelijk of onbegrijpelijk was en dat de gemeente binnen haar beoordelingsvrijheid heeft gehandeld.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van NEOS af, bevestigt de voorlopige gunningsbeslissing en veroordeelt NEOS in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van het transparantiebeginsel, de beoordelingsvrijheid van de aanbestedende dienst en het gelijkheidsbeginsel tussen inschrijvers.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van NEOS af en bevestigt de voorlopige gunningsbeslissing van de gemeente Eindhoven.