ECLI:NL:RBOBR:2026:357
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning met vergelijkingsmethode en taxatierapport
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op € 788.000 voor het kalenderjaar 2025. De heffingsambtenaar baseert deze waarde op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met drie vergelijkingsobjecten in dezelfde plaats.
Eiser voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de verminderde kwaliteit, onderhoudstoestand en het voorzieningenniveau van zijn woning. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar deze aspecten in het taxatierapport adequaat heeft verwerkt door middel van correctiefactoren en dat de verschillen met de vergelijkingsobjecten voldoende zijn meegenomen.
Eiser overlegt een eigen waardematrix met een lagere waarde, maar deze overtuigt de rechtbank niet vanwege het ontbreken van inzicht in de opsteller, onderbouwing van correcties, grondwaarde en indexering. De rechtbank concludeert dat eiser geen twijfel zaait over de juistheid van de vastgestelde waarde en verklaart het beroep ongegrond.
De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld omdat partijen geen zitting hebben verzocht. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink en griffier Y. Mutsaers op 23 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 788.000 wordt ongegrond verklaard.