Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 4 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant, het college
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam] , uit [woonplaats] .
Samenvatting
Procesverloop
22 januari 2025 een nieuw besluit op bezwaar genomen (het bestreden besluit), waarbij het college het bezwaar ongegrond heeft verklaard en het afwijzingsbesluit onder aanpassing van de motivering in stand heeft gelaten.
Beoordeling door de rechtbank
- De derde-partij is een energiebedrijf dat warmte levert via warmtenetten. Het bedrijf distribueert voornamelijk warmte die is vrijgekomen bij productieprocessen en afvalverbranding, of is opgewekt met biogas. De derde-partij heeft een bio-energiecentrale aan [adres] te [woonplaats] , die in 2016 is gebouwd.
- De rechtsvoorganger van de derde-partij (de gemeente [plaats] ) heeft op 28 juli 2016 een melding op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) voor het oprichten en in werking hebben van de bio-energiecentrale ingediend. Blijkens de zich onder de stukken bevindende AERIUS-berekening van 28 juli 2016 ziet de PAS-melding op een emissie van de stookinstallatie van 21,98 ton NOx per jaar, alsmede op een emissie door aanvoer van biomassa van 2,65 kg NOx per jaar en minder dan 1 kg NH3 per jaar. Dit leidt tot een stikstofdepositie van ten hoogste 0,31 mol/ha/jr op de habitattypen [gebied] ( [nummer] ) en [gebied] (hogere zandgronden) ( [nummer] ) in Natura 2000-gebied Leenderbos, [gebied] .
- Eiseres heeft in haar handhavingsverzoek van 8 november 2019 gesteld dat de bio-energiecentrale van de derde-partij zonder vergunning op basis van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking is.
- Op 19 augustus 2020 heeft de derde-partij een aanvraag natuurvergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb ingediend. Het college heeft nog geen besluit genomen op deze aanvraag.
medio 2025 het volledige legalisatieprogramma ten aanzien van alle PAS-melders zou zijn afgerond. Dat is niet zo. Evenmin is duidelijk wat er is gebeurd met de deelname aan het legalisatietraject in 2022. Het college heeft verzuimd de belangen van het bedrijf van derde-partij in kaart te brengen. De ecologische beoordeling die aan het bestreden besluit ten grondslag ligt is gebrekkig. Er is geen aandacht voor de staat van instandhouding van de natuurgebieden. Bij het halen van de instandhoudingsdoelstellingen speelt tijdwinst geen rol, die zijn afhankelijk van een reactie op stikstofdepositie in de natuur. Er is ten onrechte geen cumulatieve beoordeling uitgevoerd en er is geen rekening gehouden met de adviezen van de Ecologische Autoriteit.
De Afdeling ziet echter in (1) de individuele belangen van de PAS-melders, (2) de rechtszekerheid die PAS-melders aan het PAS-regime mochten ontlenen, (3) de verschillende uitlatingen van de overheid na de PAS-uitspraak dat PAS-melders zullen worden gelegaliseerd, (4) het legalisatieprogramma dat ervan uitgaat dat medio 2025 alle PAS-melders een natuurvergunning kunnen aanvragen, en (5) het feit dat het legalisatieprogramma in uitvoering is en de bedrijven daarin de mogelijke stappen hebben ondernomen, bijzondere omstandigheden die voor het college aanleiding kunnen zijn om handhavend optreden onevenredig te achten in verhouding tot het natuurbelang en tot medio 2025 af te zien van handhavend optreden. Of daadwerkelijk kan worden afgezien van handhavend optreden, kan het college echter pas beoordelen nadat het de vraag heeft beantwoord of er een redelijk evenwicht is tussen de belangen van de PAS-melders en de belangen die worden gediend met handhavend optreden (het natuurbelang). Hiervoor is nodig dat de gevolgen van het niet handhavend optreden voor de natuur in beeld zijn en zijn afgewogen voor tenminste dezelfde periode, dus tot uiterlijk medio 2025. Aan het natuurbelang kan in die afweging tegemoet worden gekomen door het treffen van maatregelen. Als daarvoor wordt gekozen dan moeten die maatregelen ten minste gelden tot medio 2025. Wanneer die maatregelen inhouden dat bepaalde activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken stoppen, moet vaststaan dat in die periode de activiteiten die zijn betrokken in de maatregelen, niet kunnen worden hervat.”
Op grond van voormeld artikel is op 28 februari 2022 het Legalisatieprogramma PAS-meldingen vastgesteld. [X B.V] heeft een aanvraag tot legalisatie gedaan. Na afloop van de periode van 3 jaar, op 28 februari 2025, heeft dit programma voor veel PAS-melders, waaronder [X B.V], niet tot legalisatie van hun activiteiten (projecten) geleid omdat er te weinig stikstofruimte beschikbaar was om de activiteiten van alle PAS-melders te legaliseren als bedoeld in artikel 22.21. Ow.”
Conclusie en gevolgen
Eiseres betwist deze informatie en merkt op dat uit de website van de derde-partij is gebleken dat de installatie maar 1.200 woningen van warmte voorziet en enkele bedrijven op het nabijgelegen bedrijventerrein.
.
Beslissing
- stelt het college in de gelegenheid om binnen zesentwintig weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;