Uitspraak
GGD BRABANT-ZUIDOOST,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
primairhet ontslag op staande voet te vernietigen en GGD te veroordelen tot betaling van loon met wettelijke verhoging en rente. Ook verzoekt [verzoeker] om GGD te veroordelen om hem weder te werk te stellen en hem te rehabiliteren binnen de organisatie, op straffe van een dwangsom.
Subsidiairen
uiterst subsidiairverzoekt hij GGD te veroordelen tot betaling aan hem van een transitievergoeding van € 70.728,33 bruto.
In alle gevallenverzoekt [verzoeker] om aan hem een schadevergoeding van € 30.000,- netto toe te kennen en GGD te veroordelen tot het verstrekken van specificaties van de genoemde bedragen en/of loonbetaling(en), met veroordeling van GGD in de proceskosten.
Subsidiair en uiterst subsidiair, in het geval vernietiging niet plaatsvindt, dan is GGD aan [verzoeker] een transitievergoeding verschuldigd omdat de opzegging niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van [verzoeker] , danwel het niet toekennen van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarnaast maakt [verzoeker] aanspraak op een schadevergoeding, omdat GGD onrechtmatig jegens hem gehandeld heeft. [verzoeker] stelt daartoe dat GGD op (zeer) onzorgvuldige en gebrekkige wijze onderzoek heeft uitgevoerd naar aanleiding van de beschuldigingen aan zijn adres. De beschuldigingen zijn onterecht en [verzoeker] heeft daardoor immateriële schade geleden, bestaande uit de aantasting van zijn eer en goede naam.
4.Het voorwaardelijk tegenverzoek en het verweer
– indien die na 21 oktober 2025 heeft voortgeduurd – op zo kort mogelijke termijn te ontbinden,
primairvanwege (ernstig) verwijtbaar handelen,
subsidiairvanwege een verstoorde arbeidsverhouding en
meer subsidiairvanwege een combinatie van omstandigheden, zonder toekenning van een transitievergoeding aan [verzoeker] . Een en ander met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten.
5.De beoordeling van het verzoek
- hij heeft [D] gevraagd of ze al wel eens echt goed gebeft was en of zij dat ook fijn vond,
- hij heeft gezegd dat [D] een lekker wijf is,
- hij heeft gesproken over seks met [D] ,
- over een trio en met zijn vieren,
- en dat seks zo lekker is.
“En hoe ging dat toen? Want in je verklaring staat dat het toen steeds meer over seks ging.
“(…) Eenmaal daar geïnstalleerd, vroeg [verzoeker] aan mij: of ik al eens echt goed gebeft ben, of dat ik dat ook fijn vind /Precies de zin weet ik niet, maar hier kwam het op neer. Vervolgens ging het veel over seks, in eerste instantie zag ik dit nog als een grap en wist ik mezelf even geen houding te geven, ik lach dan dingen ook een beetje weg. (…) Vervolgens kwam [F] ook naar deze zaal gelopen en kwam hij met zijn hoofd op mijn kussen liggen, waardoor ik niet kon liggen. [F] ging met zijn hand onder mijn shirt over mijn rug, naar beneden. Voor mijn gevoel was dit op een dwingende manier (stevige hand). Daardoor ben ik overeind gaan zitten en zei ik hou op. Op den duur maar weer gaan liggen, waarop dit wederom gebeurde, toen voelde ik me erg onveilig waarop ik besloten heb om te gaan/naar huis. [F] kwam achter mij aan en zei meteen sorry, “had niet mogen gebeuren”. Ik ben vertrokken en de deur op slot gedaan. Ik ben aangelopen en een hele goede vriend gebeld. (…)”Hieruit blijkt dat [D] zich herinnerde dat [verzoeker] het tegen haar had gehad over beffen en over seks en dat ze niet meer precies weet wat er is gezegd.
“ik lig daar gwn omdat ik geen bed heb, en iedereen zegt lekker wijf, seks met jou, trio, met zijn 4e, lekker bla bla bla”en 4.04h
“Hoor die praat van iedereen. Niet oké”en 04.07h
“IK WEET NIET WAT JIJ DENKT, maar iedereen en iedereen Praat zo En zit aan me Niet normaal”.[verzoeker] [opmerking kantonrechter: [verzoeker] ] wordt daarbij twee keer bij naam genoemd
04.12h “ [verzoeker] gaat zo raar doen”en 04.22h
“ [verzoeker] heeft t alleen maar over seks En trio’s ofzo”> Hieruit wordt niet duidelijk welke vragen of opmerkingen hij direct aan [D] heeft gericht.
“(..) Dan gaan we, ja, dat maakt niet uit kijk als wij daar gaan liggen omdat die [G] aan het snurken was nou prima, maar ineens gaat [verzoeker] dan ook zeggen van ja seks met jou met zijn allen en bla bla bla..”[F] :
“Ja, dat was echt niet ok.”[D] :
“ja, maar het, nee dat was niet ok maar het ging gewoon, het bleef continue doorgaan dat hij dat wilde en allemaal dat soort dingen kijk en jij hebt gewoon ja, jij hebt gewoon aan mij gezeten (..)”Waar [D] zegt
“Ik zeg maar jullie doen net of er niks gebeurd is terwijl [verzoeker] echt hartstikke hard in me gezicht naar iedereen heeft gezegd dat hij seks wil met mij en met iedereen en met jullie allemaal en dat is lekker bla bla bla.”reageert [F] met
“Ja goed ik kan natuurlijk niet voor anderen praten. Ik kan alleen voor mezelf praten.”
“Maar jij hebt het niet eens meegekregen. Ik weet niet hoor maar eh [verzoeker] die loopt tegen mij allemaal te zeggen zeg weet ik veel wat dat is gewoon zo, maar [F] zal ook gezegd. Die weet alles hoor?”Waarop [E] antwoordt
“Nee ik weet ook alles.”Daarna gaat het gesprek verder over [F] . Aan het eind van het gesprek met [E] komt [D] terug op [verzoeker] en zegt
“(…) En hoe dan [verzoeker] die was wel echt dingen aan het zeggen en dat weet je ook, kijk is misschien een maat van jou en je wilt hem verdedigen, maar die heeft doorgezegd.”Waarop [E] aangeeft
“Die heeft wel wat dingen inderdaad gezegd.”En [D] :
“Ja die heeft dingen tegen mij gezegd.”[E] :
“Maar hij was ook kets zat.”En tot slot [D] :
Ja, dat kan, maar dan nog op mij is dat wel zo overgekomen.”
“ [E] herinnert zich dat er seksueel getinte opmerkingen werden gemaakt, vooral door [verzoeker] en [D] . Als [B] en [naam] naar voorbeelden vragen kan [E] zich deze niet herinneren.”(toevoeging [E] : )
”Het waren geen seksueel getinte opmerkingen, maar ik had het over schuine praat/zattemanspraat. Er werd gelachen en de sfeer was goed.”Dan gaat het verslag verder:
“ [E] en [F] lachten mee, maar [E] weet niet meer precies wat er gezegd is. Wellicht iets over een trio zegt [E] , maar dat was “zattemanspraat”. Het was inmiddels rond half 4. [F] had al half geslapen, maar [D] was erg wakker. [D] praatte, en [verzoeker] ook. Volgens [E] heeft [F] ook nog wel wat gezegd, maar hij herinnert zich niet wat er is gezegd. Hij geeft aan zelf niet meegedaan te hebben omdat hij het niet gepast vond. Op de vraag wat er dan gezegd is wat niet gepast was, kan hij niet antwoorden.”
“op [verzoeker] vanwege zijn seksueel getinte opmerkingen”maar wat die opmerkingen zijn geweest volgt niet uit de verklaring van [M] .
“van [D] zo lekker seks met z’n allen, het lijkt me zo lekker, ik heb er echt zin in.”
“Wij betreuren dat eerdere berichtgeving en het verloop van de interne afhandeling schade hebben toegebracht aan de eer en goede naam van de heer [verzoeker] .”Dit strookt niet met de tekst van punt 1 van productie 13. In overeenstemming met punt 1 van productie 13 zal GGD de tweede alinea dienen aan te vullen met de zin
“De eer en goede naam van de heer [verzoeker] zijn volledig hersteld.”en vervalt de oorspronkelijke derde alinea zodat ná de toegevoegde vorige laatste zin aan de tweede alinea de tekst van de brief verder gaat met
“Na ruim 26 jaar dienst (…)”. De inhoud is voor het overige in overeenstemming met hetgeen in deze beschikking is beslist. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding het bericht aan te passen. Ook voor de actiepuntenlijst, overgelegd als productie 13, geldt dat er geen acties op staan die niet stroken met de inhoud van deze beschikking. Met de verspreiding van het hiervoor bedoelde bericht (punt 260 van verzoekschrift) met voornoemde aanpassing zal GGD hebben voldaan aan de punten 1 en 2 van productie 13. Ten aanzien van punt 1 van de bijlage ziet de kantonrechter aanleiding om uit oogpunt van praktische uitvoerbaarheid de daar genoemde termijn te wijzigen in de termijn zoals hierna bij de beslissing vermeld. Met inachtneming van het voorgaande worden de verzoeken van [verzoeker] op dit punt dan ook toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding ook aan deze veroordeling een dwangsom, zoals door [verzoeker] verzocht, te verbinden.
6.De beoordeling van het tegenverzoek
“Mocht dit of ander onaanvaardbaar gedrag zich nog weer eens voordoen, moet u er ernstig rekening mee houden dat daaraan dan rechtspositionele consequenties kunnen worden verbonden. Ik ga er echter van uit dat het zover niet komt.”biedt GGD nu niet voldoende grond voor het ontbindingsverzoek. Hierbij acht de kantonrechter relevant dat in onderhavige zaak anders dan in 2017 de verweten gedragingen niet zijn komen vast te staan, het tijdsverloop van 8 jaar en de jaarlijkse positieve beoordelingen waarin niet wordt gerept van bedoeld of vergelijkbaar gedrag. De aan [verzoeker] te maken verwijten zijn al met al niet te kwalificeren als (ernstig) verwijtbaar handelen dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.