Eiseres voerde beroep aan tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Land van Cuijk tot invordering van €9.000 aan verbeurde dwangsommen wegens het niet tijdig laten keuren van een propaangasgestookte installatie en de brandstoftoevoerleiding.
De rechtbank overwoog dat het overgangsrecht van de Omgevingswet van toepassing is en dat de last onder dwangsom onherroepelijk is geworden. Eiseres had meerdere verlengingen van de begunstigingstermijn gekregen, maar had niet tijdig de keuring laten uitvoeren. De door eiseres aangevoerde overmacht wegens het niet nakomen van afspraken door de keuringsfirma werd niet als bijzondere omstandigheid erkend.
De rechtbank benadrukte dat het bestuursorgaan in beginsel gehouden is tot invordering van verbeurde dwangsommen, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Deze waren in dit geval niet aanwezig. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het invorderingsbesluit bleef in stand.