ECLI:NL:RBOBR:2026:540
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Land van Cuijk
Eiser is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning uit 1951 in Land van Cuijk, waarvan de WOZ-waarde voor 2023 is vastgesteld op €518.000. Eiser betwist deze waarde en stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde staat van de keuken en badkamer en het matige duurzaamheidsniveau.
De rechtbank beoordeelt eerst de rechtsgeldigheid van de machtiging van de gemachtigde van eiser en concludeert dat deze rechtsgeldig is verleend. Vervolgens weegt de rechtbank het bewijs van de heffingsambtenaar, die de waarde baseert op een taxatie met de vergelijkingsmethode, waarbij drie vergelijkingsobjecten zijn gebruikt en correcties zijn toegepast voor verschillen in voorzieningen en duurzaamheid.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor een lagere waardering en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de toestand van de woning en het duurzaamheidsniveau. De rechtbank kan de taxatietechnische waarderingen niet op juistheid toetsen, maar vindt de onderbouwing begrijpelijk en sluit aan bij de gehanteerde correctiefactoren.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af, en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde. De uitspraak is gedaan door rechter A.F. Vink en griffier Y. Mutsaers op 30 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.