ECLI:NL:RBOBR:2026:550
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Land van Cuijk
Eiser is eigenaar van een geschakelde twee-onder-een-kapwoning uit 1989 in Land van Cuijk. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning voor 2023 vast op € 382.000, welke waarde werd gehandhaafd na bezwaar. Eiser stelde beroep in tegen deze vaststelling.
De rechtbank beoordeelde eerst de rechtsgeldigheid van de machtiging van de gemachtigde van eiser en concludeerde dat deze rechtsgeldig was. Vervolgens werd de waardering van de woning getoetst. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast, waarbij drie vergelijkbare woningen werden gebruikt.
Eiser voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met de gedateerde keuken en badkamer en het matige duurzaamheidsniveau van de woning. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar deze aspecten voldoende had meegenomen in de waardematrix door correctiefactoren toe te passen. De rechtbank kon de taxatietechnische waardering niet op juistheid toetsen, maar vond de onderbouwing begrijpelijk en voldoende.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. Overige beroepsgronden met betrekking tot artikel 30a Wet WOZ bleven onbesproken omdat eiser geen recht had op proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.