ECLI:NL:RBOBR:2026:551
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning afgewezen wegens voldoende onderbouwing waardering
Eiser betwistte de WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning uit 1990, vastgesteld op €471.000 voor het jaar 2023, en voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met de gedateerde staat van keuken en badkamer, de matige uitstraling en het duurzaamheidsniveau.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een waardematrix gebaseerd op vier vergelijkingsobjecten in dezelfde plaats, gecorrigeerd voor relevante verschillen. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor de gedateerde voorzieningen en dat de vergelijkingsobjecten qua bouwjaar, bouwmaterialen en uitstraling goed vergelijkbaar waren.
Ook het duurzaamheidsniveau werd adequaat meegenomen, waarbij energielabels van de woning en vergelijkingsobjecten werden betrokken. Het toevoegen van nieuwe vergelijkingsobjecten in de bezwaarprocedure werd toegestaan omdat dit geen schending van de goede procesorde opleverde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af en liet de beroepsgronden tegen artikel 30a Wet WOZ onbesproken omdat eiser geen recht had op vergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd op €471.000.