ECLI:NL:RBOBR:2026:554
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning met vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een twee-onder-een-kap woonboerderij uit 1910, waarvan de WOZ-waarde voor 2023 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €433.000. Eiser betwist deze waarde en wijst op gedateerde voorzieningen, matig onderhoud, aanwezigheid van asbest, een laag duurzaamheidsniveau en een minder gunstige ligging.
De heffingsambtenaar onderbouwt de vastgestelde waarde met een waardematrix gebaseerd op de vergelijkingsmethode, waarbij drie vergelijkingsobjecten zijn gebruikt en correcties zijn toegepast voor relevante verschillen. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat met de door eiser aangevoerde gebreken voldoende rekening is gehouden.
De rechtbank weegt mee dat de voorzieningen en onderhoudstoestand van de woning en vergelijkingsobjecten als matig zijn beoordeeld, dat het duurzaamheidsniveau door zonnepanelen wordt gecompenseerd en dat de ligging geen waardedrukkende invloed heeft. Ook het bezwaar over het tuinhuis is volgens de rechtbank adequaat behandeld in de uitspraak op bezwaar.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt. Beroepsgronden tegen artikel 30a Wet WOZ blijven onbesproken omdat geen vergoeding wordt toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.