ECLI:NL:RBOBR:2026:675
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en vergelijkingsmethode door rechtbank Oost-Brabant
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, een twee-onder-een-kapwoning uit 1947, met een oppervlakte van 91 m² en diverse bijgebouwen, gelegen op een perceel van 355 m². De heffingsambtenaar stelde de waarde voor het kalenderjaar 2025 vast op €455.000 en handhaafde deze na bezwaar. Eiser stelde een lagere waarde van €410.000 voor, onderbouwd met een eigen waardematrix.
De rechtbank beoordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De heffingsambtenaar baseerde zich op een taxatierapport van een deskundige, waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast met drie vergelijkingsobjecten. Correcties voor kwaliteit en onderhoud zijn volgens de rechtbank voldoende en begrijpelijk onderbouwd.
Eisers eigen taxatie zaait geen twijfel over de juistheid van de vastgestelde waarde, omdat deze niet inzichtelijk is opgebouwd, geen deskundigheid van de opsteller blijkt en essentiële onderdelen zoals grondwaarde en bijgebouwen onvoldoende zijn onderbouwd. De rechtbank sluit het onderzoek zonder zitting en verklaart het beroep ongegrond, waarbij eiser geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €455.000 blijft gehandhaafd.