ECLI:NL:RBOBR:2026:676
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde bedrijfsobject en onderbouwing kapitalisatiefactor
Eiseres betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van haar bedrijfsobject, gelegen aan een adres in Eindhoven, vastgesteld op €1.793.000 voor het jaar 2025. De heffingsambtenaar baseert de waarde op een taxatierapport waarin de huurwaardekapitalisatiemethode is toegepast, met gebruik van vergelijkingsobjecten in de directe omgeving.
Eiseres voert aan dat de kapitalisatiefactor onvoldoende is onderbouwd, onder meer omdat de vergelijkingsobjecten kleiner zijn en er geen duidelijke informatie is over objectkenmerken en daadwerkelijke huurwaardes. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar wel degelijk rekening heeft gehouden met relevante objectkenmerken en dat de gehanteerde waarderingsficties van de Wet WOZ correct zijn toegepast.
Daarnaast klaagt eiseres over de motivering van de uitspraak op bezwaar en stelt zij recht te hebben op een proceskostenvergoeding. De rechtbank stelt dat eventuele motiveringsgebreken in bezwaar in beroep kunnen worden hersteld en dat de heffingsambtenaar in beroep voldoende heeft gereageerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskostenvergoeding of griffierechtteruggave.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.