Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 februari 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Heusden, de heffingsambtenaar
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
In het toegestuurde, door [eiser] zelf ingevulde formulier staat dat er uitgegaan kan worden van een woning, waarbij verbetering mogelijk is. De staat van de kozijnen is ook normaal tot goed. Er wordt aangegeven dat de keuken een gemiddelde staat heeft zonder gebreken. De badkamer is luxe, van alle gemakken voorzien. Er is een moderne C.V. ketel aanwezig en de gehele woning is voorzien van dubbelglas.” Deze beschrijving is door eiser niet bestreden. De heffingsambtenaar ziet hierin voldoende aanleiding om het onderhoud en de voorzieningen van de woning als gemiddeld (correctiefactor 3) te beoordelen en de rechtbank kan dat volgen.
De referentiewoningen liggen allemaal in dezelfde wijk. (…) [Eiser]geeft in de door hem ingevulde vragenlijst aan dat de woning een gemiddelde ligging heeft, net als de rest van de wijk. Daarmee is voldoende aangetoond dat de ligging terecht op gemiddeld (3) staat.” De rechtbank kan dat volgen. Het is voor de rechtbank ook niet duidelijk op basis van welke feiten de taxateur van eiser tot een matige ligging komt.