ECLI:NL:RBOBR:2026:751
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hoekwoning met vergelijkingsmethode en onderhoudstoestand
Eiser is eigenaar van een hoekwoning uit 1977 met een hoofdbouw, dakopbouw en hobbyruimte, gelegen op een perceel van 220 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2025 vast op €455.000 en handhaafde deze na bezwaar. Eiser stelde beroep in tegen deze vaststelling.
De rechtbank beoordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is, onderbouwd met een waardematrix gebaseerd op de vergelijkingsmethode en een taxatie van een deskundige. Hierbij is rekening gehouden met de onderhoudstoestand, gewaardeerd als matig, wat ook door eiser werd erkend.
Eiser voerde een lagere waarde aan van €394.000, ondersteund door een eigen waardematrix. De rechtbank oordeelde echter dat deze taxatie onvoldoende inzichtelijk is, onder meer door het ontbreken van een deskundige opsteller, onduidelijke onderbouwing van correcties, en onverklaarde grondwaarde en indexering.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen feiten heeft gesteld die de onderhoudstoestand voldoende onderbouwen en dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de onderhoudstoestand. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €455.000 wordt ongegrond verklaard.