ECLI:NL:RBOBR:2026:752
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woonboerderij met vergelijkingsmethode
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woonboerderij met diverse bijgebouwen en een groot perceel grond. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het kalenderjaar 2025 vast op € 882.000, welke eiser betwistte met een lagere eigen taxatie van € 793.000.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De waardering is gebaseerd op de vergelijkingsmethode met drie vergelijkingsobjecten, waarbij correcties zijn toegepast voor waarderelevante verschillen. Eiser stelde dat onvoldoende rekening is gehouden met de staat van onderhoud, maar stelde geen concrete feiten die dit ondersteunen en voldeed daarmee niet aan zijn stelplicht.
De eigen taxatie van eiser is onvoldoende inzichtelijk, met name omdat niet duidelijk is hoe verschillen in prijs per m² zijn verwerkt en de grond- en bijgebouwwaarden niet onderbouwd zijn. De rechtbank kan taxatietechnische waarderingen niet op juistheid toetsen, maar beoordeelt wel de begrijpelijkheid en onderbouwing. Gezien het gebrek aan inzichtelijkheid zaait de taxatie van eiser geen twijfel over de juistheid van de vastgestelde WOZ-waarde.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst teruggaaf van griffierecht en proceskostenvergoeding af en sluit de procedure zonder zitting af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.