Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.1. [eiser] ,
2.het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze, eiser 2
Groengas Brabant V.O.F, uit Nistelrode (Groengas),
(gemachtigde: mr. R. Verkoijen).
SHE 25/97 en dat van eisers 3 onder zaaknummer SHE 25/100. Eisers 1 hebben ook een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer SHE 25/95.
[naam] , [naam] , [naam] , [naam] en de gemachtigde van Groengas, vergezeld door R.J.M.B. Derks (deskundige) en [naam] . Als deskundigen zijn gehoord
M.N. Dirkzwager, ing. E.P. Feringa en A.J. Verheijke van de StAB.
- In het verleden was op de Loosbroekseweg 48 en 50 in de gemeente Bernheze een gemengd bedrijf gevestigd voor onder meer akkerbouw, het houden van legkippen en mestvarkens en een biogas-installatie waarin een gedeelte van de mest werd verwerkt. Hiervoor heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze (B&W) op 2 november 1982 een Hinderwetvergunning verleend. In 1999 en 2008 heeft B&W milieuvergunningen verleend.
- Het perceel Loosbroekseweg 48 is overgenomen door Biogas Nistelrode B.V. Op 17 september 2013 heeft B&W aan Biogas Nistelrode B.V. een omgevingsvergunning fase 1 voor milieu (revisievergunning) verleend voor het oprichten en in werking hebben van een mestverwerkingsinstallatie met co-vergisting. Bij besluit van 27 oktober 2014 heeft B&W aan Biogas Nistelrode B.V. een omgevingsvergunning fase 2 verleend voor het bouwen van de installaties.
- In een besluit van 7 augustus 2020 heeft het college een aantal voorschriften die zijn verbonden aan de omgevingsvergunning voor milieu uit 2013 en de veranderingsvergunning uit 2014 voor de installatie aan de Loosbroekseweg 48 gewijzigd op verzoek van de nieuwe eigenaar (Jennissen Nistelrode B.V.). De rechtbank heeft dit besluit vernietigd in de uitspraak van 19 maart 2021.
- Op 28 oktober 2014 heeft het Waterschap Aa en Maas aan Biogas Nistelrode B.V. een watervergunning verleend voor het lozen van afvalwater uit de mestvergistingsinstallatie.
- Groengas, de rechtsopvolger van Jennissen Nistelrode B.V., heeft op 2 november 2020 een aanvraag voor een natuurvergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) ingediend. Het college heeft deze vergunning op 29 september 2022 geweigerd. Het hiertegen gerichte beroep van eisers 3 heeft deze rechtbank in de uitspraak van 23 april 2024 gegrond verklaard. De rechtbank heeft het college opgedragen een nieuw besluit te nemen op de aanvraag. Het hiertegen ingestelde hoger beroep door onder andere Groengas, heeft de Afdeling in de uitspraak van 29 oktober 2025
- Op 2 december 2022 heeft het college een besluit genomen op de op 5 oktober 2022 ingediende aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling. Het college concludeert dat geen milieueffectrapport noodzakelijk is.
- Groengas heeft op 6 december 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd voor verschillende activiteiten waaronder milieu (revisie, als bedoeld in artikel 2.1,
- Het waterschap Aa en Maas heeft op 17 juli 2025, naar aanleiding van een verzoek van eisers 3, een ontwerpbesluit voor de actualisatie van de watervergunning ter inzage gelegd.
- Op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) (het bouwen van een bouwwerken) voor3 de bouw van een kantoor/kantine/besturingsgebouw, het legaliseren van een bedrijfsgebouw, de uitbreiding van een bedrijfsgebouw, het legaliseren van bestaande silo’s, de bouw van een nieuwe silo (silo 6), de bouw van een gasopwaardingsstation met fakkel, het plaatsen van een traforuimte, de bouw van een brandwand en het legaliseren van een hekwerk. Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden.
- Op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo (het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in overeenstemming met het bestemmingsplan) voor het legaliseren van een aarden wal en sloot aan de oostzijde van het perceel. Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden.
- Op grond van 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo (het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan) voor de bouw van een kantoor/kantine/besturingsruimte, het legaliseren van een bedrijfsloods, uitbreiding van een bedrijfsloods, bouw van een fakkel, het legaliseren van een hekwerk. Aan de vergunning zijn voorschriften verbonden.
- Op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo (het veranderen of veranderen van de werking van een inrichting en het in werking hebben van een inrichting) voor het wijzigen van de biogasinstallatie met mestverwaarding. Aan de verlening van de vergunning zijn voorschriften verbonden.
- Een aantal onderdelen van de aanvraag maakt onderdeel uit van de verguning.
Volgens de rechtbank is de aanvoer, opslag en gebruik van mest van derden niet in strijd met artikel 2.77 eerste lid van de IOV, zolang de bestaande gebruiksoppervlakte niet toeneemt. (…) Ook de opslag van mest, op zichzelf bezien, is niet in strijd met de geldende omgevingsvergunning milieu of de bestemming "Agrarisch" en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – biogasinstallatie’, zolang deze maar wordt gebruikt in de biogasinstallatie. Zodra de mest blijvend wordt opgeslagen, maar niet meer wordt aangewend voor co-vergisting om biogas op te wekken, is dit wel in strijd met de geldende omgevingsvergunning milieu of de bestemming "Agrarisch" en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – biogasinstallatie’.”
Deze beroepsgrond slaagt niet.
De rechtbank is van oordeel dat het gebruik van de toegangsweg op de gronden met de bestemming "Agrarisch" zonder de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – biogasinstallatie’ voor het aanvoeren van mest van derden voor gebruik in de co-vergistingsinstallatie niet in strijd is met het bestemmingsplan. De toegangsweg maakt namelijk deel uit van het perceel waar ook de co-vergistingsinstallatie ligt en kan als perceelsontsluiting voor ontsluiting van het deel van het perceel met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – biogasinstallatie’ worden gebruikt. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat een andere uitleg van het bestemmingsplan, waarbij perceelsontsluitingen alleen mogen worden gebruikt als er een functieaanduiding op ligt, niet valt te rijmen met de bedoeling van de planwetgever (de gemeenteraad) die een biogasinstallatie binnen het bedrijf heeft willen toestaan. Dat kan niet als er geen perceelsontsluiting is. Omdat het gebruik van de weg voor de aanvoer van mest van derden voor gebruik in de biogasinstallatie niet in strijd is met het bestemmingsplan, behoort het gebruik van de toegangsweg ook tot de bestaande gebruiksoppervlakte en is dit gebruik niet in strijd met artikel 2.77 van de IOV.” In de opmerking van algemene aard van eisers 1 dat zij het niet eens zijn met die uitspraak ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel. Ook deze beroepsgrond slaagt dus niet.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de gebruiksoppervlakte van het project voldoet aan artikel 2.77 van de IOV.
- Bij de vergisting is sprake van een chemisch proces;
- De installatie is bestemd voor de fabricage van de ontstane producten;
- Er is sprake van een industriële schaal;
- Er zijn verscheidene eenheden die naast elkaar functioneel met elkaar zijn verbonden.
- Bij optie 1 wordt het (vloeibare) digestaat dat aan het einde van het vergistingsproces achterblijft in de navergister, zonder verdere bewerking met tankauto’s afgevoerd naar derden.
- Bij optie 2 wordt het digestaat gescheiden in een dunne en een dikke fractie. Het scheidingsproces, de opslag, en de afvoer zorgen voor een gereinigde geuremissie van 16,6 miljoen odourunits (ouE) per uur. In combinatie met overige emissies blijft sprake van een lagere totale geuremissie.
- Bij optie 3 vindt ten opzichte van optie 2 aanvullend flotatie van de dunne fractie plaats in een gesloten flotatietank waardoor ongeveer 18% meer dikke fractie wordt geproduceerd.
- Bij optie 4 wordt de dunne fractie aanvullend gefilterd met omgekeerde osmose
- In optie 5 wordt het gefilterde water geïoniseerd.
- Bij optie 6 ten slotte wordt mineraalconcentraat ingedampt.
Het voorstel is om de concentratietechniek omgekeerde osmose aangevuld met ionenwisseling aan te wijzen als zogenaamde ‘best beschikbare technieken plus’ (BBT+). In alle gevallen dat de lozing uit een MVI leidt tot een significante verslechtering van de waterkwaliteit voor het (klein) ontvangende oppervlaktewater voor zowel de klassieke als voorzorgparameters, moet omgekeerde osmose inclusief ionenwisseling door de initiatiefnemer meegenomen worden in de BBT/BBT+ afweging en – indien er geen andere vergelijkbare opties zijn – ook worden toegepast, omdat de technische en economische haalbaarheid in de bedrijfstak is aangetoond. De concentratietechniek indampen zou als mogelijk alternatief voor OO kunnen dienen, maar de benodigde data om dit te bevestigen, ontbreken.”.
- In de berekeningen is geen rekening is gehouden met het verladen van dikke fractie in de digestaathal. De StAB heeft hiervoor een aanvullende berekening gemaakt.
- De hygiënisatie van digestaat is als geurbron betrokken. De emissie vindt plaats via een actief koolfilter.
- De diffuse emissie uit de digestaathal is om onduidelijke redenen gehalveerd. De uitkomst van de hierbij gebruikte rekenformule is 8,3 MouE/uur en hierop is volgens de rekenformule geen correctiefactor van 0,5 van toepassing. De emissieduur bedraagt 25 uur in plaats van 250 uur per jaar.
De geuremissie van naar de buitenlucht afgevoerde lucht van de Torrenta filter afkomstig uit de biomassahal en de verdringingslucht van silo’s S1 en S2 mag maximaal 42,5 ∗106 Europese geureenheden (ouE) per uur bedragen."
De capaciteit van afzuiginstallaties moet dusdanig zijn dat altijd een onderdruk in de betreffende ruimtes is gewaarborgd. Ter waarborging van de onderdruk dienen er onderdrukmeters in de diverse compartimenten te worden gehangen. Technische voorzieningen (zoals frequentie gestuurde ventilatoren en/of correct gedimensioneerde inlaatkleppen) dienen doorlopend aangestuurd te worden door de onderdrukmeters en zo de onderdruk te waarborgen.” Groengas heeft geen bezwaar tegen deze aanpassing.
“Geurreducerende voorzieningen moeten voor de goede werking, onder optimale condities in bedrijf worden gehouden en moeten zo vaak als voor een goede werking noodzakelijk is worden vervangen en gereinigd, doch ten minste één keer per jaar, worden onderhouden en geïnspecteerd. Voor de actief koolfilters op de vergisters geldt dat deze ten minste eenmaal per kwartaal vervangen moeten worden. “
De StAB acht de ammoniakemissie van deze bronnen zeer beperkt. De depositie op de Natura 2000-gebieden uit deze bronnen is verwaarloosbaar.
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt het besluit van 28 november 2024;
- laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand, met uitzondering van de toestemming verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wabo voor zover hierin toestemming is verleend voor opties 4 (uitsluitend osmose) en 6 (indampen) en voor het lozen van meer dan 25.000 m³ effluent, alsmede met uitzondering van voorschriften 7.3.1 (eerste volzin), 8.1.1, 8.1.5, 8.1.6 (laatste volzin), 8.2.4, 8.2.5, de tweede volzin van voorschrift 8.4.2, 9.1.1 en 9.1.2 en 13.1.7.
- vult de omgevingsvergunning aan met de volgende voorschriften:
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eisers 1 en het griffierecht van € 385,- aan eiser 2 en eisers 3 moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 6.036,88 aan proceskosten aan eisers 1.
- veroordeelt het college tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan eiser 2.
- veroordeelt het college tot betaling van € 3.269,- aan proceskosten aan eisers 3.
functietype 'agrarisch verwant bedrijf') ter plaatse aangeduid zoals opgenomen in de in Bijlage 1 opgenomen Lijst van functieaanduidingen Agrarisch en overeenkomstig de omschreven aard/ functie van de bebouwing in de 'Tabel functietype 'Agrarisch verwant bedrijf'';
functietype 'bedrijf') ter plaatse aangeduid zoals opgenomen in de in Bijlage 1 opgenomen Lijst van functieaanduidingen Agrarisch en overeenkomstig de omschreven aard/ functie van de bebouwing in de 'Tabel functietype 'Bedrijf';