ECLI:NL:RBOBR:2026:932
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde appartement met toepassing vergelijkingsmethode en anti-speculatiebeding
Eiseres betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van haar appartement, dat in 2024 is gebouwd en voor het belastingjaar 2025 is gewaardeerd op €370.000. De heffingsambtenaar baseert de waardering op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met vijf vergelijkingsobjecten in dezelfde woonplaats.
Eiseres voert aan dat de woning op de waardepeildatum nog in aanbouw was en dat het anti-speculatiebeding, dat verkoop gedurende vijf jaar na aankoop beperkt, niet is meegenomen. Ook stelt zij dat onvoldoende rekening is gehouden met de ligging binnen het complex en dat de taxatie ondoorzichtig is. De rechtbank oordeelt dat de waarde wordt bepaald op de toestandspeildatum (begin kalenderjaar 2025) en dat het anti-speculatiebeding wettelijk geen invloed mag hebben op de WOZ-waarde.
De rechtbank vindt dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met verschillen in ligging en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de staat van het appartement op de toestandspeildatum anders was dan bij de inpandige opname. De hypothese van eiseres is onvoldoende onderbouwd. De klacht over ondoorzichtige waardering wordt niet gevolgd. De door eiseres voorgestelde lagere waarde wordt niet onderbouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €370.000 wordt ongegrond verklaard.