Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Vonnis in de strafzaak van:
het openbaar ministerie
[verdachte],
TENLASTELEGGING
arbeider(s) als prijs betaalde(n) 2,50 euro per gewerkt uur,
"1. Als schuldig aan mensenhandel wordt (…) gestraft:
(...)
6º. degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander.”
De vraag of en zo ja, wanneer er sprake is van uitbuiting in de zin van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Er komt betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor betrokkene met zich meebrengen, en het economisch voordeel dat door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd. (vgl. Hoge Raad, 27 oktober 2009, LJN BI17099, r.o. 2.6.1.).
2. Heeft verdachte onder de onder 1 genoemde omstandigheden enige handeling ondernomen waarvan hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat de in de ten laste legging genoemde personen zich daardoor beschikbaar stelden tot het verrichten van arbeid of diensten?
BEWEZENVERKLARING
arbeiders als prijs betaalden 2,50 euro per gewerkt uur,
Strafbaarheid VAN HET FEIT
STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE
motivering van straf of maatregel
De officier van justitie is bij haar eis uitgegaan van een bewezenverklaring van feit 1, lid 1, sub 1, sub 4 en sub 6 Sr.
Beslissing
6 maanden.
240 uren, te voltooien binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van het vonnis.