ECLI:NL:RBOVE:2014:1337
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Bijloo
- Rechtspraak.nl
Toepassing Gelijkstellingsregeling arbeidsuren bij ontbinding arbeidsovereenkomst lid ondernemingsraad
Eiser was sinds 1977 in dienst bij Postillon Hotels B.V. en lid van de ondernemingsraad. Vanwege een reorganisatie heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 juni 2013. Eiser vroeg een WW-uitkering aan, maar UWV stelde dat een fictieve opzegtermijn van vier maanden geldt tot 1 oktober 2013, waardoor hij nog geen recht had op uitkering.
Eiser betoogde dat de regeling ten onrechte op hem werd toegepast omdat hij als OR-lid een opzegverbod heeft en de ontbinding zonder rekening te houden met de opzegtermijn plaatsvond. Hij stelde dat hierdoor sprake is van ongelijke behandeling ten opzichte van collega’s die niet in de OR zitten.
De rechtbank oordeelde dat de fictieve opzegtermijn juist is ingevoerd om ongelijkheid tussen beëindiging door ontbinding en opzegging te voorkomen. De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden zonder opzegtermijn, waardoor toepassing van de fictieve termijn gerechtvaardigd is. De verwijzing naar eerdere jurisprudentie was niet relevant omdat die gevallen anders waren.
De rechtbank concludeerde dat de Gelijkstellingsregeling arbeidsuren correct is toegepast en dat de ongelijkheid niet voortkomt uit de regeling zelf, maar uit de ontbindingsprocedure. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van de regeling af te wijken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van UWV is ongegrond verklaard en de fictieve opzegtermijn van vier maanden is terecht toegepast.