ECLI:NL:RBOVE:2014:3706

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
1 juli 2014
Publicatiedatum
7 juli 2014
Zaaknummer
3139925 CV EXPL 14-5939
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • M.H. van Rhijn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658a lid 3 BWArt. 4 Wet gelijke behandelingArt. 7:685 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Arbeidsconflict over re-integratie eerste of tweede spoor bij langdurige arbeidsongeschiktheid

De zaak betreft een arbeidsconflict tussen een werknemer en Stichting Medisch Spectrum Twente (MST) over de wijze van re-integratie na langdurige arbeidsongeschiktheid sinds september 2012. De werknemer, sinds 1995 in dienst, heeft een beperking door lichte ASS-problematiek. MST heeft volgens een deskundigenrapport onvoldoende meegewerkt aan re-integratie, maar wil alleen meewerken aan tweede spoor re-integratie, terwijl de werknemer spoedeisend een terugkeer in eigen of passende functie vordert.

De werknemer heeft meerdere incidenten veroorzaakt, waaronder een incident in januari 2013 buiten het ziekenhuis, wat het vertrouwen van MST in hem heeft geschaad. MST stelt dat de werknemer niet meewerkt aan tweede spoor en vreest herhaling van incidenten. De kantonrechter stelt vast dat MST onvoldoende heeft voldaan aan haar re-integratieverplichtingen, maar dat er te veel onzekerheid bestaat over directe terugkeer in eigen of passende functie.

De vordering tot onmiddellijke wedertewerkstelling wordt daarom afgewezen. De werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter benadrukt dat re-integratie zorgvuldigheid vereist van beide partijen en dat het spoedeisend belang niet voldoende is aangetoond voor een voorlopige voorziening.

Uitkomst: Vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen wegens onzekerheid over directe terugkeer ondanks onvoldoende re-integratie door werkgever.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Kanton en Handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 3139925 CV EXPL 14-5939
Uitspraak : 1 juli 2014
Vonnis in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eisende partij, hierna ook wel [eiser] te noemen,
gemachtigde: mr. L. de Widt, advocaat te Enschede,
tegen
de stichting,
Stichting Medisch Spectrum Twente,
gevestigd te Enschede,
gedaagde partij, hierna ook wel MST te noemen,
gemachtigde: mr. D.K. Kalma, advocaat te Enschede.
Het verloop van de procedure:
1.1 [eiser] heeft MST in kort geding betrokken. De dagvaarding is op 12 juni 2014 aan MST betekend. De zaak is op 23 juni 2014 mondeling behandeld. [eiser] is daarbij in persoon verschenen en MST werd vertegenwoordigd door de bij haar in dienst zijnde heer
[U]. [eiser] werd bijgestaan door zijn gemachtigde mr. De Widt en MST door haar gemachtigde mr. Kalma. De gemachtigde van MST bediende zich van pleitnotities. Van hetgeen is besproken heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

2.De feiten die voorshands zijn komen vast te staan:

2.1
MST exploiteert in Enschede een ziekenhuis. [eiser], geboren in 1978, is op basis van een arbeidsovereenkomst op 16 juni 1995 als bandhulp centrale keuken in dienst getreden van MST. Aanvankelijk werkt hij als afroepkracht. Vervolgens worden arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd gesloten en met ingang van 1 februari 2000 komt hij voor onbepaalde tijd in dienst als medewerker Afwas/Transport. De functie van [eiser] wordt thans aangeduid als medewerker voedingszaken productie. Zijn salaris bedraagt € 2.124,00 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.
2.2
[eiser] is in oktober 2003 voor het eerst schriftelijk gewaarschuwd voor het zich niet bewust zijn van het intimiderend karakter van zijn gedrag. In 2005 volgt wederom een schriftelijke waarschuwing omdat hij zijn leidinggevende niet had ingeschakeld omdat hij geconstateerd had dat hij een fout had gemaakt. Er volgen meer incidenten die volgens MST te wijten zijn aan grensoverschrijdend en onacceptabel gedrag van [eiser] en hij wordt telkens gewaarschuwd zijn gedrag te veranderen. In de nacht van 12 op 13 januari 2013 doet zich een incident voor met een vrouw die werkzaam is in het ziekenhuis. Dit incident vindt niet in één van de gebouwen plaats van MST maar elders in Enschede.
2.3
Vanaf september 2012 is [eiser] wegens ziekte arbeidsongeschikt. Volgens een psycholoog/psychotherapeut heeft [eiser] in geringe mate van doen met ASS-problematiek. ASS staat voor Autisme Spectrum Stoornissen. Er wordt niet voldaan aan de verplichting die is neergelegd in artikel 7: 658a lid 3 BW, Er wordt geen Plan van aanpak door MST opgesteld, althans [eiser] heeft een dergelijk plan niet ontvangen.
2.4
Op 17 december 2013 vraagt [eiser] een deskundigenoordeel aan over de re-integratieverplichtingen van MST. Er wordt gerapporteerd op 6 januari 2014 en bij brief van 14 januari 2014 wordt [eiser] bericht dat de ingeschakelde deskundige van oordeel is dat MST onvoldoende meewerkt aan zijn re-integratie. In het deskundigenrapport wordt vermeld dat op basis van de Functie Mogelijkheden Lijst van 27 mei 2013 [eiser] niet geschikt is voor de maatgevende arbeid in volle omvang maar dat wel re-integratiemogelijkheden zijn in delen van het eigen werk. Daarbij is aangetekend dat het eigen werk mogelijk weer volledig passend kan worden, als de prognose (herstel van [eiser] ) inderdaad gunstig uitwerkt. Voorts wordt vermeld dat MST [eiser] niet wil laten re-integreren in verband met de voorgedane incidenten en dat [eiser] niet wil meewerken aan het tweede spoor.

3.De vordering:

3.1
[eiser] vordert dat bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, MST wordt veroordeeld om hem in zijn eigen functie dan wel een passende functie binnen MST weder tewerk te stellen zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat MST hiermee in gebreke blijft. Daarnaast vordert [eiser] dat hem een vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke kosten wordt toegekend op basis van het Rapport Voorwerk II. De vorderingen zijn gebaseerd op de feiten en op de volgende stellingen:
3.2
[eiser] heeft een spoedeisend belang bij de gevorderde wedertewerkstelling. Redengevend is dat inmiddels MST een verzoek bij de kantonrechter te Enschede heeft ingediend strekkende tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst van partijen. [eiser] wordt al lang begeleid door een psychologisch bureau. De re-integratie had al lang op gang moeten komen. MST weigert van meet af aan [eiser] te laten re-integreren via het spoor 1. MST wil alleen aan een re-integratie meewerken via tweede spoor. MST verzaakt haar re-integratieverplichting en zij maakt een onderscheid als bedoeld in artikel 4 van Pro de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Het dienstverband van [eiser] bij MST duurt inmiddels 19 jaar. [eiser] heeft nimmer een andere werkgever gehad. Bij een werkgever als MST, met ongeveer 3000 werknemers, moet het mogelijk zijn [eiser] te laten re-integreren.

4.Het verweer:

4.1
MST is van mening dat [eiser] in zijn vorderingen niet ontvankelijk moet worden verklaard, althans dat deze dienen te worden afgewezen. Het volgende is naar voren gebracht:
4.2
Het door MST indienen van een verzoekschrift ex artikel 7: 685 BW, betekent niet dat daardoor [eiser] een spoedeisend belang heeft verkregen bij de gevorderde voorlopige voorziening.
4.2
De reeks van incidenten die door [eiser] zijn veroorzaakt en die zich over een periode van vele jaren uitstrekt, heeft ertoe geleid dat bij MST ieder vertrouwen in [eiser] is verloren. MST wil niet dat [eiser] op welke werkplek dan ook wederom binnen MST actief wordt. Collega’s willen niet meer met hem samenwerken. MST mag niet worden verweten dat zij te weinig heeft gedaan om [eiser] voor haar organisatie te behouden. Er is veel gesproken met [eiser] en hij is gecoacht. Mede naar aanleiding van een advies van de bedrijfsarts moet worden gevreesd dat [eiser], na een wedertewerkstelling, weer voor gelijksoortige incidenten zal zorgdragen als voorheen het geval was. [eiser] wil helaas niet meewerken aan een re-integratie tweede spoor. [eiser] lijdt niet aan een chronische ziekte en zijn ASS-problematiek heeft niet het karakter van een handicap. Deze problematiek levert hem wel een beperking op om te kunnen functioneren bij MST. Van [eiser] mag worden verwacht dat hij meewerkt aan een re-integratie tweede spoor.

5.De beoordeling van het geschil:

5.1
Voorop wordt gesteld dat voor toewijzing van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening alleen aanleiding is indien in voldoende mate aannemelijk is dat in een bodemprocedure in gelijke zin zal worden beslist. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is en redengevend daarvoor is het volgende:
5.2
Partijen hebben een arbeidsconflict en [eiser] heeft een spoedeisend belang dat er een voorlopig rechterlijk oordeel komt over zijn rechtspositie. Het arbeidsconflict van partijen spitst zich toe op de wijze waarop gere-integreerd moet worden. Eerste of tweede spoor? Weliswaar is in het kader van deze procedure aannemelijk geworden dat MST in onvoldoende mate aan haar re-integratieverplichtingen heeft voldaan, maar dat hoeft niet in te houden dat [eiser] op zeer korte termijn in zijn eigen functie dan wel een andere passende functie tewerk bij MST kan worden gesteld. Daarover bestaat naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter te veel onzekerheid. [eiser] vordert niet dat MST wordt veroordeeld mee te werken aan een re-integratie eerste spoor. Een re-integratie, zowel eerste spoor als tweede spoor vergt van werkgever en werknemer zorgvuldigheid en van hen mag worden geëist daaraan mee te werken.
5.3
De vordering van [eiser] zal worden afgewezen. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
Rechtdoende:
Wijst de vordering af.
Veroordeelt [eiser] in de proceskosten tot op deze uitspraak aan de zijde van MST gevallen en begroot op € 400,00 voor salaris gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter, en op 1 juli 2014 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.