ECLI:NL:RBOVE:2014:5957
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen; herstel motiveringsgebrek via bestuurlijke lus
Eiseres, een bouwbedrijf, kreeg een bestuurlijke boete van €8.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Eiseres betwistte niet dat de werkzaamheden zonder vergunning plaatsvonden, maar stelde dat zij al het mogelijke had gedaan om overtreding te voorkomen door inleen van een betrouwbare uitlener.
De rechtbank constateerde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de mate van verwijtbaarheid van eiseres en dat belangrijke getuigenverklaringen niet waren onderzocht. Hierdoor was het besluit gebrekkig gemotiveerd. De rechtbank overwoog dat toepassing van een bestuurlijke lus passend is om het gebrek te herstellen, ondanks de terughoudendheid bij boetezaken.
Verweerder krijgt zes weken de tijd om het gebrek te herstellen door nader onderzoek en beoordeling van de verwijtbaarheid, waarna de rechtbank een einduitspraak zal doen. De procedurekosten en griffierecht blijven voorlopig aangehouden. Tegen deze tussenuitspraak is geen hoger beroep mogelijk, behalve gelijktijdig met het hoger beroep op de einduitspraak.
Uitkomst: Verweerder krijgt zes weken om het motiveringsgebrek in de boetebeschikking te herstellen via een bestuurlijke lus; verdere beslissing wordt aangehouden.