Eiseres ontvangt sinds september 2013 bijstand en verzocht het college Zwolle met terugwerkende kracht om toepassing van de inkomensvrijlating zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel n, van de Participatiewet. Het college wees dit verzoek af op basis van een intern beleid dat vereist dat arbeid binnen zes maanden leidt tot volledige uitkeringsonafhankelijkheid, hetgeen eiseres niet kon aantonen met een door werkgever en werknemer ondertekende arbeidsovereenkomst.
De rechtbank overweegt dat het college weliswaar beoordelingsvrijheid heeft, maar dat het beleid de grenzen van redelijkheid overschrijdt omdat het geen individuele belangenafweging maakt en strikte voorwaarden stelt die niet uit de wet volgen. De wetgever beoogt juist stimulering van arbeid en individuele beoordeling van arbeidsinschakeling.
Het beleid van het college is daarmee niet in overeenstemming met de wet en de bedoeling van de wetgever. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en draagt op binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens moet het college het betaalde griffierecht vergoeden.