Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[A] VOF,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
De werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van diens ongeschiktheid tot het verrichten van werkzaamheden vanwege epileptische aanvallen. De werknemer was sinds 2014 in dienst en werkte als allround medewerker. De werkgever stelde dat het risico op een aanval tijdens het werk met gevaarlijke machines te groot was en dat er geen passend ander werk beschikbaar was.
De werknemer voerde aan dat zijn aanvallen veroorzaakt werden door overbelasting en dat hij sinds het niet meer werken geen aanvallen meer had. De kantonrechter stelde vast dat de werknemer vanwege zijn ziekte ongeschikt was voor de werkzaamheden en dat er sprake was van een opzegverbod op grond van artikel 7:671b lid 6 BW.
Het verzoek tot ontbinding werd daarom afgewezen. Tevens was het verzoek gebaseerd op een verstoorde arbeidsrelatie onvoldoende onderbouwd en kon het opzegverbod ook niet worden genegeerd. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden vastgesteld.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek van de werkgever wordt afgewezen vanwege het opzegverbod bij ziekte van de werknemer.